Wanneer we het hebben over emoties denken we vaak aan de basisemoties. En hoewel we veel van onze gevoelens terug kunnen voeren op de categorieën boos, bang, bedroefd of blij is er een groep emoties die bij hoogsensitieve mensen eigenlijk veel interessanter is. Hoogsensitiviteit wordt namelijk omschreven door Elaine Aron als ‘Een aangeboren temperament met de strategie om informatie zorgvuldig te verwerken alvorens te handelen, dat resulteert in een besef van subtiele verschillen en in snel overprikkeld raken.’ Informatie zorgvuldig te verwerken… dat impliceert ook: evalueren.

Wist jij dat er een categorie ‘evaluerende emoties’ bestaat?
Niet? Lees dan snel verder. De evaluerende emoties hebben namelijk altijd een sociale component. Ze vinden plaats in de complexiteit van (al dan niet) ervaren verbinding met de mensen of de groep om je heen. Deze emoties vragen een behoorlijk cognitief vermogen, worden met een tragere snelheid opgeroepen dan bijvoorbeeld de emotie angst, maar doven ook weer langzamer uit. Daarnaast staan de sociale emoties in verband met je ‘zelf’; met wie jij wilt zijn, de kern van jouw persoonlijkheid, de kern van wie jij wilt zijn, met jouw persoonlijke, morele, waarden en normen. Het zijn emoties die betrekking hebben op je gevoel van eigenwaarde en je bewustzijn van de reacties van anderen op ons.

Herkennen we daarin niet al een heleboel kenmerken (en ook wat problemen) van HSP’ers? Het wordt nog interessanter. Sociale emoties ontstaan namelijk door de manier waarop we worden opgevoed, door de waarden en normen waar we gedurende ons leven mee in aanraking komen. Ze zijn dan ook logischerwijs afhankelijk van onze directe omgeving. Ons gezin, de school, de wijk, de gemeente, provincie, land en cultuur bepalen hoe en waarom we emoties ervaren. En daarmee kunnen we rechtsstreeks de relatie leggen met het onderzoek van Michael Pluess naar differentiële susceptibiliteit.

Een voorbeeld
Twee kinderen hebben ‘gedoe’ over een voetbal. Een niet-hoogsensitief kind kan bijvoorbeeld boos worden (jij mag mijn bal niet pakken!) of verdrietig (ik heb nu geen bal en ik wilde er graag mee spelen). We leren kinderen met deze emoties om te gaan door tot tien te tellen en daarna rustig en duidelijk te verwoorden wat hun behoefte is, zodat de ander hieraan kan voldoen of je tot een andere oplossing kunt komen.

Het kan echter ook gebeuren dat een kind zijn cognitieve vermogens inzet en vragen stelt over het ‘waarom’ dit gebeuren met de bal is ontstaan. Het kan zich dan gaan afvragen: Waarom pak jij mijn bal? Heb ik iets gedaan? Vind je mij niet meer leuk? Wil je liever met andere vriendjes spelen? En waarom vind je hen eigenlijk interessanter dan dat je mij vindt? Heb ik je gister niet duidelijk genoeg uitgelegd dat ik het niet fijn vind als je mijn bal afpakt? Communiceer ik niet op een goede manier?

Gevolg: uit het lijf… in het hoofd…
Als al deze gedachten door een kind heenrazen, is er niks meer te overleggen over die bal. Want daar gaat het niet meer over. Het gaat dan over jouw beleving van mij. En dus gaat het over mij. Wie ik ben (of wat ik verkeerd doe), kan ik alleen maar zelf oplossen. Dan ga ik erover nadenken. Over wat jij van mij vindt en wie ik eigenlijk ben, wat ik heb gedaan en waarom het misschien al de 25ste keer is dat het mij overkomt.

Die zelfbewuste emoties sturen alle energie naar dat hoofd door erover na te denken om de problemen te proberen op te lossen. Ondertussen is het kind uit de verbinding, heeft het zijn diepere verwerking ingezet ten nadele van zichzelf en komt het niet meer toe aan de behoefte die er nog altijd onder zat; plezierig samen spelen.

Voor hoogsensitieve kinderen is het dan ook belangrijk om goed om te leren gaan met hun emoties. Daarvoor heb ik de Toolbox voor Veerkracht ontwikkeld, met daarin negen categorieën waarop een kind (gezonde) copingsmechanismen kan leren. Je kunt deze hier gratis downloaden.

Xandra van Hooff

Xandra van Hooff is eigenaar en hoofdtrainer bij GaveMensen. Zij laat professionals tijdens haar opleidingen en masterclasses zo hard de verdieping in schieten dat ze er vervuld, verzadigd en volkomen gelukkig aan het einde weer uit stuiteren.