Wanneer we kijken naar kenmerken van hoogsensitiviteit kun je kijken naar biologische factoren zoals genen, maar ook naar de zogenoemde nurture factoren. Dit is bijvoorbeeld opvoeding, of de sociale klasse waar iemand uit komt. In deze blog ga ik in op de invloed van iemands’ opvoeding. 

Elaine Aron (2005) onderzocht samen met collega’s bij 96 universiteitsstudenten in vier studies steun voor het idee dat de interactie van hoogsensitiviteit met een onrustige jeugd een hoge score op negatief affect of neuroticisme voorspelt. Hoogsensitieve personen met een minder positieve jeugd lopen meer risico op het ontwikkelen van depressies, angsten of verlegenheid dan minder-sensitieve mensen met een vergelijkbare achtergrond.

In dit onderzoek wordt aangetoond met verschillende sets data, dat HSP’ers die hebben gerapporteerd dat ze een onrustige jeugd hebben gehad, meer geneigd zijn om verlegen, depressief en angstig te zijn dan niet-HSP’ers met een vergelijkbare kindertijd. Ook kan worden aangetoond dat verlegenheid in hoogsensitieve personen te wijten lijkt te zijn aan negatieve gevoelens, depressie en angst.

Zoals in eerdere onderzoeken werd aangetoond, zijn er ook hoogsensitieve personen gevonden met een goede jeugd die niet méér geneigd waren naar verlegenheid, angst of depressiviteit dan niet-HSP’ers, waarmee gezegd kan worden dat hoogsensitiviteit niet standaard gelijk staat aan iemand die depressief, angstig of verlegen is.

Opvoedingsstijl (Chansky, 2012).

Ongelukkige, negatieve of depressieve ouders kunnen (ongewild) een giftige omgeving scheppen, waardoor kinderen de wereld op dezelfde sombere manier gaan waarnemen en tegemoet treden schrijft Tamar Chansky in haar indrukwekkende boek ‘Het lukt toch niet …! Een vader die niet van zijn werk houdt, denkt bijvoorbeeld: ‘Het maakt niet uit wat je doet, de wereld is oneerlijk en het heeft geen zin om hard te werken.’ Hij geeft zijn onvrede door aan zijn kind, waardoor hij een domper zet op diens enthousiasme voor een project of er geen aandacht aan besteedt. Een perfectionistische ouder kan bijvoorbeeld hard oordelen over een 7 waar een kind zijn best op heeft gedaan. In beide voorbeelden krijgt het kind de verkeerde boodschap: ‘Het maakt niet uit wat je doet’, of: ‘Je hebt gefaald, want je hebt geen 9’. Sommige kinderen beschermen zichzelf hiertegen maar anderen gaan op dezelfde manier tegen zichzelf praten, zij gaan hun ouders imiteren. Na verloop van tijd worden deze denkpatronen destructieve automatismen.

Diana Baumrind heeft na meer dan vijftig jaar onderzoek naar opvoedingsstijlen twee sleuteldimensies vastgesteld. De eerste is ouderlijke ontvankelijkheid (empathie, beschikbaarheid, luisteren, warmte, steun). Door in contact te blijven met de behoeften van het kind worden individualiteit en zelfregulatie versterkt. De tweede, ouderlijke eisen (discipline, controle over gedrag, verwachtingen) gaat over de claims die ouders op hun kinderen leggen, om ze in het gareel te houden. Hierbij stellen ouders eisen, superviseren, leggen disciplinaire regels op en zullen ongehoorzame kinderen met hun gedrag confronteren. Baumrind voert een derde factor op, die in beide stijlen aanwezig kan zijn: psychologische controle; dat wil zeggen het ‘hoe’ van de ouderlijke interventies of de mate waarin we sturend ingrijpen. Een voorbeeld van lage psychologische controle kan zijn: wachten tot het kind uit zichzelf ‘sorry’ zegt. Een hoge mate van controle kan bijvoorbeeld zijn: het kind een gevoel van schuld of schaamte aanpraten. Als ons doel is om zelfregulerende, verantwoordelijke kinderen op te voeden, dan ligt het voor de hand dat dit doel moeilijker bereikt wordt als een ouder een hoge mate van psychologische controle inzet.

Toegeeflijke ouders

Deze ouders zijn uitermate ontvankelijk voor de behoeften van hun kinderen, zij identificeren zich misschien zelfs met hen. Als gevolg hiervan verwachten zij van hun kinderen geen eigen verantwoordelijkheid. Het resultaat: kinderen lopen een grotere kans probleemgedrag te vertonen en om niet hun best te doen op school.

Autoritaire ouders

Deze ouders zijn zeer veeleisend en weinig ontvankelijk. Het blind opvolgen van regels is altijd belangrijker dan hoe het met het kind gaat. Het resultaat is dat kinderen in deze gezinnen vaak gehoorzaam zijn en het goed op school doen maar doordat hun emotionele behoeften niet worden vervuld lopen ze een groter risico op depressie. Ze hebben zwakkere sociale vaardigheden en een lagere zelfwaardering.

Niet-betrokken ouders

Deze ouders zijn niet veeleisend, noch ontvankelijk. Meestal moeten de kinderen voor zichzelf zorgen. In tegenstelling tot het idee van Jean Jacques Rousseau dat kinderen hun eigen weg wel vinden, hebben kinderen wel degelijk hulp nodig. Kinderen uit deze categorie presteren slecht op alle gebieden: sociaal, academisch en emotioneel.

Gezaghebbende (autoritatieve) ouders

Deze stijl hangt het meest samen met sociaal competente, goed aangepaste kinderen met minder probleemgedrag, depressie of angst in alle ontwikkelingsfasen. Gezaghebbende ouders scoren hoog op veeleisendheid en verantwoordelijkheid en laag op controle, ze zijn niet beperkend of dwingend. Zij zijn steunend, hebben aandacht voor de behoeften van hun kinderen en verwachten tegelijkertijd dat ze de regels volgen, die echter eerder gebaseerd zijn op logica dan op ‘omdat ik het zeg’. Discipline gaat over leren en niet over straf. Hierdoor zijn kinderen van gezaghebbende ouders beter in staat een balans te vinden tussen externe eisen voor de doelen in hun eigen leven en conformiteit met behoud van individualiteit en autonomie.

Wat voor ouder ben jij?

Waarschijnlijk hebben we allemaal wel iets van ieder oudertype in ons. Maar herken jij jezelf in één van de vier het meest? Welke is dat? 

 

Aron, E. N., Aron, A., & Davies, K. (2005). Adult shyness: The interaction of temperamental sensitivity and an adverse childhood environment. Personality and Social Psychology Bulletin, 31, 181-197.

Chansky T. (2012) Het lukt toch niet… Effectieve en praktische strategieën om negatief denken bij kinderen te verminderen. Uitgeverij Hogrefe.

Xandra van Hooff

Xandra’s werk gaat over acceptatie en overvloed. In haar bedrijf GaveMensen geeft en deelt ze kennis uit de diepere verwerking als kern van hoogsensitiviteit en openheid voor ervaringen voortkomen uit overexcitabilities. Ze vertelt waargebeurde verhalen waarin kleine details worden uitvergroot en wijst je precies op de aspecten van je leven waar groei mogelijk is. Xandra vertrouwt erop dat altijd alles goed komt, zij houdt er niet van risico’s te nemen maar laat zich ook nooit tegenhouden door ‘ja, maar’ en ‘wat als’-gedachten om haar dromen te verwezenlijken. Deze can-do mentaliteit zien we terug in de opleidingen Moed om te Falen & Lef om te Stralen. Hierin leer je ruimte maken voor jouw ongetemde binnenkant zodat creativiteit, gekkigheid, speelsheid en de levenslust weer volop kan stromen! Xandra wijst je in haar jaartrajecten op de lessen die je in je leven hebt mogen leren, maar waar je de vruchten nog niet van hebt geplukt. Dankzij haar vergrootglas kun je dit nu integreren en echt eigen maken. Laat deze energie in je voordeel werken en neem je jouw stap met positiviteit en het vertrouwen in een gunstige afloop. Klik op het menu hierboven voor het aanbod.