Al een half jaar ben ik in strijd met mijn zorgverzekeraar over mijn vergoeding van mijn gezichtsontharing. Ik krijg die gewoon, maar bij het declareren raak in verstrikt in een woud van bureaucratie, waardoor ik bij drie partijen aan de touwtjes moet trekken.

Ik ben sowieso slecht in administratie en dingen regelen. In het contact het instanties voel ik me klein en niet gezien, en mijn logica kan het niet uitstaan dat ik zoveel onlogische en overbodige stappen bespeur in het proces. En niemand kan er iets aan doen want het systeem, en de afspraken. Dat triggert weer alle andere keren dat ik botste op systemen en afspraken. Ik ben ook nog eens slechthorend, dus bellen met de verzekeraar is zo’n beetje het ergste wat je mij kunt laten doen.

Vanmorgen belde ik voor de 13e keer. Het kostte drie kwartier (veel: “ik zet u even in de wacht”). Ik kon haar slecht verstaan, moest de proceduretaal vertalen, maar uiteindelijk durfde ik te geloven dat ik hoorde dat het geregeld was.

Ik had opluchting moeten voelen, blijdschap, en vooral trots dat ik door vol te houden toch maar mooi geregeld had.
Maar.. ik voelde niets van dat alles.
Ik voelde spanning, en een stemmetje zei: nu nog stofzuigen, dat moest je ook.

Dit is hoe onze eigenwaarde laag gehouden wordt. Op het moment dat we de grootste moed tonen, voelen we geen moed, we voelen geen trots, we voelen ons rot. Want wat is dat nu helemaal, iets regelen met je zorgverzekeraar. Dat valt in het niet bij al die grote stappen van die dappere vrouwen die je op social media ziet.

Eenzame moed, noem ik het. Niemand die door heeft hoe dapper je was, want het is jouw eigen unieke mix van triggers die dit zo moeilijk maakt. Niemand kan snappen hoeveel moed dat kost. En door de overprikkeling zie je het zelf ook niet. Geen applaus, maar in plaats daarvan de stresshormonen die het alarmeringssysteem in je wakker maakten. De self-talk die daar bij hoort is het tegenovergestelde van het applaus dat je verdient.

Konden we onszelf maar wat makkelijker belonen. Wisten we maar hoe dapper we al zijn, in plaats van ons blind te staren op al die stoere anderen.