Feedback en ontwikkeling

‘Zet de stoelen en tafels in toetsopstelling. We gaan een oefening doen die je voor jezelf maakt. De bedoeling is dat je niet afkijkt en ook niet bij een ander af kunt kijken. Kies dus een plek uit waar je rustig kunt werken en scherm je tafel af met bijvoorbeeld een map die je rechtop zet” zei Judith. De veertien deelnemers aan de gevorderden opleiding bij Novilo leken relaxed tijdens deze instructie. Ze wisten dat het de bedoeling was om dingen te gaan ervaren maar blijkbaar vertrouwden ze ons voldoende om zich aan het proces over te geven. Ik deelde ondertussen de opdrachten en lucifers uit die benodigd waren voor het uit kunnen voeren van de opdracht. Daarna kregen ze de mogelijkheid om te starten en zodra ze klaar waren dienden  ze ons in te seinen zodat we de oplossing konden nakijken.

Binnen een minuut waren drie deelnemers klaar. Zij hadden de oplossing snel gevonden met de extra tip die er op hun briefje had gestaan. Niet iedereen had overigens deze tip gekregen. Dit om te illustreren hoe vervelend het is als je niet de volledige instructie meekrijgt omdat je bent afgeleid.  Alle anderen gingen onverminderd door, druk waren ze aan het puzzelen en op zoek naar de oplossing. Één van de deelnemers was met zeer fanatiek aan de slag gegaan. Ze zat achter haar tafel, voorovergebogen om de lucifers in een onmogelijke constellatie te leggen. De inspanning was op haar gezicht af te lezen.

Ik stond voorin de ruimte, mijn taak, tijdens de oefening was om bij elke deelnemer langs te lopen en deze te voorzien van feedback die een fixed mindset bevordert. “Lukt het niet? Misschien is deze opdracht te moeilijk voor je.” zei ik tegen de eerste die ik tegenkwam. De volgende kreeg de opmerking “Ik dacht al dat jij niets met deze opdracht zou hebben, je leek me er al niet echt het type voor” nadat ik even over haar schouders had meegekeken. Terwijl ik naar achteren liep gaf ik nog iemand een cadeautje met de opmerking ‘Ik had je slimmer ingeschat. Ik dacht dat je dit toch zeker zou kunnen’. En haar buurvrouw juist de opmerking ‘Haak je nu al af? Nou jij hebt ook geen doorzettingsvermogen!’

Deze opmerkingen waren volledig willekeurig voor de deelnemers maar het zijn het wel allemaal opmerkingen die iemand ooit te horen heeft gekregen in de klas. Opmerkingen die een fixed mindset bevorderen en de kans op continue ontwikkeling daardoor verminderen. Op mijn mogelijkheden lijstje stonden ook nog de opmerkingen ‘Sommige mensen hebben nou eenmaal meer aan aanleg voor dit soort opdrachten dan anderen’ en ‘lees de opdracht nog eens goed’.

Ik kwam achterin de ruimte en stond naast de tafel van een deelneemster. Ik zag hoe hard er gewerkt werd om de opdracht op te lossen. Toevallig (is het dat ooit?) viel mijn oog op de tip die op haar blaadje stond. Slechts drie anderen van deze groep hadden deze tip gekregen. De rest mocht het zonder doen. Ik haalde adem en zei dat ze nog eens goed moest lezen.Ik hield mezelf niet in en voegde aan mijn eerdere feedback toe ‘je hebt nog wel een tip!’

Ik zag de impact van mijn opmerking maar ze ging door met de oefening en ik vervolgde mijn weg door de ruimte, links en rechts rottige opmerkingen rondstrooiend. In de nabespreking kwam ze er op terug. ‘Ik voelde me zo lullig!’ zei ze. ‘Ik zat er zo lekker in. Wilde echt die puzzel oplossen. Maar toen kreeg ik die opmerking over me heen. Het eerste wat ik dacht was ‘die anderen op de gang hebben die tip ook gehad'”. Haar donkere ogen vlamden terwijl ze het zei. “Ik was zo gemotiveerd om de oplossing te vinden dat ik niet goed las”. Ze leunde iets meer achterover en vulde aan “en daarna was er iets veranderd. Ik zat er niet meer in. Voelde me stom en lullig omdat ik blijkbaar een tip had gekregen en die niet eens gezien had’.

De stemming die over haar kwam maakte het overigens ook onmogelijk om de oplossing nog te vinden. Ze zat tot het einde te werken, samen met een stuk of zeven anderen. Tijdens de koffiepauze kwamen ze erop terug. Hoe rot het voelde dat anderen wel klaar waren. Hoe de frustratie steeg omdat anderen wel in staat waren om de oplossing te vinden. Wel slim genoeg werden. Maar het was hen ook duidelijk geworden hoe vervelend ze de feedback vonden. Welke stress het opgeleverd had. Hoe ze zich al probeerden te wapenen wanneer ze dachten dat er een lullige opmerking aan zou komen. Hoe ze het weg probeerden te lachen of probeerden te denken ‘dit meent ze niet’. Maar ook welke behoeften ze eigenlijk hadden tijdens een moeilijke oefening aan steun, waardevolle tips of het gevoel een klein succesje te behalen. In die koffieruimte zochten ze steun, gaven ze elkaar verbinding en bliezen ze stoom af.

En dat was nodig, want dit was geen oefening die het ‘leren’ had bevorderd. Mark Mieras legt dit uit aan de hand van de 3 patronen van ongemakkelijkheid in ons zenuwstelsel, die we zouden kunnen vergelijken met een stoplicht: een rode, een gele en een groen licht. Het eerste patroon is het rode lampje wat overeenkomt met het konijntje dat met grote ogen in de koplampen van de aanstormende auto staart. Of het dier dat ‘schijndood’ op de grond ligt in de hoop dat de aanvaller hem zal overslaan. Wanneer het rode stoplicht brand treedt het oudste deel van ons brein in werking. Het lichaam reageert in paniek en vanuit pure wanhoop weet het zich geen andere houding meer te geven dan een vorm van verstarren. Wellicht herken je het vanuit de emotie schaamte en bij verlegenheid of slachtoffer gevoelens.

Het tweede patroon van ongemakkelijkheid is het gele stoplicht wat aangaat wanneer we in competitieve modus schieten. Zoals de deelneemster die als eerste de oefening klaar had en verbaasd was over zichzelf dat ze de ruimte uitstapte met een ‘Yes!’ gevoel. In de koffiebar hoorde ik haar zeggen hoeveel beter ze nu het gedrag van haar leerlingen begreep. Er komt gewoonweg een stoot adrenaline vrij die maakt dat je wilt laten zien dat je het kunt! Die je aanzet tot het gevecht aangaan en willen winnen of juist ervoor zorgt dat je heel hard weg wilt vluchten en daar uitwegen voor zoekt. De werking van het (ortho)sympatisch zenuwstelsel zien we terug in onder andere agressie en jaloezie. Maar ook in uitstelgedrag en vermijding. Alle energie gaat naar in deze fase naar je lijf (je wilt immers vechten of vluchten) en je hoofd krijgt relatief weinig energie. Logisch, want het heeft biologisch gezien weinig nut om ‘het hoofd te behouden als er geen lichaam meer is om het te dragen’. Daarom gaat bij de gele fase alle energie in het lijf zitten. Maar leren en ontwikkelen wordt daardoor wel erg lastig in een onveilige omgeving. Het enige wat je doet is jezelf of de ander iets bewijzen.

En daar ligt het verschil met het derde patroon van ongemakkelijkheid. Deze kunnen we ons voorstellen als een groene stoplicht waarbij juist kenmerken van speelsheid, lachen, uitproberen en flexibiliteit terugkomen. Wil je zorgen dat er geleerd wordt zorg dan dat je zelf in groen licht stemming bent. Hoe meer jij lacht, open staat, vertrouwen uitstraalt, aangeeft dat falen een teken van proberen is, zelf lacht om je misstappen en miskleunen … hoe meer een omgeving ontstaat waarin iedereen ontspannen kan leren en openstaat voor feedback. Die, in tegenstelling tot de oefening hierboven, waarschijnlijk ook met hele andere boodschappen zal worden overgebracht.

Xandra van Hooff

Xandra van Hooff is eigenaar en hoofdtrainer bij GaveMensen. Zij laat professionals tijdens haar opleidingen en masterclasses zo hard de verdieping in schieten dat ze er vervuld, verzadigd en volkomen gelukkig aan het einde weer uit stuiteren.