Het ligt vast aan mij…

Afgelopen week was ik bij een show van Berthold Gunster. Omdenken voor ouders en opvoeders in de 2 uur durende hilarische en billenknijpende show ‘lastige kinderen, heb jij even geluk’. Zijn formule voor omdenken nam ik later in gedachten mee naar huis en hielden mijn gedachten een tijdlang bezig.

Omdenken is een denktechniek, die bestaat uit twee stappen: De eerste stap is van het probleem een feit maken. Je neemt een probleem, haalt daar af wat-er-zou-moeten-zijn en houdt dat-wat-er-is over. Daarna kijk je welke nieuwe mogelijkheden er ontstaan door de feiten volledig te accepteren, dus volledig ‘ja’ te zeggen tegen de realiteit.  Kind kan de was doen.

Oké, zo werkt het dus wanneer er een probleem is in de buitenwereld en we hiermee aan de slag willen gaan. Maar hoe zit het dan met de problemen in onze binnenwereld? In gedachten haalde ik de stappen erbij van geweldloze communicatie. De eerste stap is namelijk; beschrijf de feiten. Hé, dat is hetzelfde als omdenken! Je zoekt naar wat er werkelijk is. Zegt daar even ‘ja’ tegen. Ook de emotie die dat bij je oproept. Die mag er ook zijn. Want onder die emotie komen we bij de behoefte. En deze benoemen, uiten en erover in gesprek gaan met de ander is eigenlijk als het ware een ‘nieuwe oplossing’ creëren. Ik zie wel heel veel overeenkomsten met omdenken!

Terwijl ik helemaal happy zat te wezen met mijn eigen ontdekking schoot er door me heen ‘en hoe zit het dan met emoties waar we de ander niet voor verantwoordelijk houden?’ Degenen die we naar binnen slaan en onszelf de schuld van geven? Degenen waarbij we denken ‘het ligt vast aan mij..’

In gedachten was ik spontaan weer kind en hoorde ik mijn moeder zeggen ‘meisje, betrek toch eens niet alles op jezelf….’ En dan betrok ik ook dat weer op mezelf want blijkbaar was ik niet in staat het niet op mezelf te betrekken en stelde ik haar daarmee teleur.

Wat ik daarmee in feite deed, wanneer ik ‘dingen persoonlijk nam’, was datgene wat de ander zei of deed zien als een weerspiegeling van wie ik was in plaats van iets wat de ander was of deed. Ik kende de afweer of afkeur aan mezelf toe, in plaats van dat ik kon zien dat die ander wellicht ‘slecht in z’n vel zat’, of ‘er een oordeel op had wat niet het mijne was’, of welke andere reden dan ook dat de ander iets bij mij neerlegde.

Nu weet ik verstandelijk wel dat mensen zich op een bepaalde manier gedragen, ergens iets van vinden en dat dit zelden iets over mij persoonlijk zegt, maar vaak meer over die ander. En toch, ondanks dat ik dit weet… voelt het niet zo.

Want ja, wanneer iemand chagrijnig tegen me doet kan ik best bedenken dat ie dat ook tegen anderen doet. Een slechte dag heeft of altijd zit te zeiken. En wanneer ik commentaar krijg over iets wat ik gedaan heb (of juist niet), wat ik aan heb of gezegd heb dan besef ik me heel goed dat het de oordelen van de ander zijn die daarin spreken. Echter, wat ik voel en mis op dat moment is verbinding. Niet meer en minder. En dat gemis gaat gepaard met een gevoel van falen, niet goed genoeg zijn, de angst dat ik een ander wellicht geïrriteerd heb, dat ik door de mand ga vallen of niets voorstel.

Wanneer ik een vriendin iets persoonlijks vertel, op de rand van tranen en zij reageert met ‘ach joh, valt wel mee’ om vervolgens een eigen verhaal eroverheen te zetten dan voel ik me ook klote. Niet gezien. En mogelijk dat ook de gedachte opkomt ‘dat ik (of onze vriendschap) voor haar blijkbaar niet zoveel voorstellen’. Mijn gevoelens voor haar zijn niet belangrijk. En ik neem dan haar reactie persoonlijk. En ja, dat kan best aan die ander liggen. Natuurlijk weet ik op dat moment verstandelijk ‘dat iedereen mijn plek in had kunnen nemen en dezelfde reactie had kunnen krijgen’.

Maar zo voelt het gewoonweg niet! En met dat gevoel heb ik op dat moment te dealen…

Als kind waren we afhankelijk van anderen voor ons geluk, onze zekerheid (emotioneel, financieel en anderszins), en soms ook voor onze veiligheid. En wanneer zij voldoende ondersteunend, bemoedigend en zorgzaam waren kunnen we redelijk tevreden zijn met ons leven. Maar wanneer we een omgeving hadden waarin we ons veroordeelt of bekritiseerd voelden, waar we agressief werden bejegend of beledigd werden dan kan een mate van ‘je aanpassen’ in je ontwikkelen om toch maar die ander in je leven te laten blijven (omdat je denkt dat je ze nodig hebt of niet gescheiden kunt worden). Ik heb dit zowel gezien bij kinderen die een onveilige thuissituatie hadden als ook degenen die op school of andere groepen ervaren hebben dat ze er niet volledig mochten zijn. En ergens is dit bij mij ook niet lekker gelopen. Niet dat ik iets te klagen had. Lieve ouders, een rustige schooljeugd. Maar toch ergens dat gevoel ‘dat ik er niet bij hoorde’, ‘dat ik anders was’ en ‘dat ik niet echt gezien werd’…..

Je zaken persoonlijk aantrekken is vaak een bijproduct van dit probleem. Wanneer we dingen persoonlijk aantrekken geven we de ander meer macht over ons dan ze verdienen en dan we een ander zouden moeten toestaan. In feite sta je de ander toe om je te vertellen of je mag zijn wie je bent in plaats van op jezelf vertrouwen. Je staat de ander toe je het gevoel te geven dat je geen verbinding ervaart, terwijl je deze elders ook kunt vinden. Je staat het de ander toe je afhankelijk te voelen terwijl er genoeg plekken op de wereld zijn waar je welkom bent.

En ja, pfff… dat weten we wel. Ik vertel daarmee niemand iets nieuws. Zelf werd ik moe van zulke teksten, want tsja ‘wat doe je er dan vervolgens aan?’ Wat er dan gebeurde was dat ik niets deed. Ik wist het wel, maar kwam niet in beweging. En wanneer zo’n zie-je-wel-het-ligt-aan-mij-gevoel me dan weer overviel dacht ik: “damn, ik weet het wel. Waarom pleur ik dan toch elke keer weer in die valkuil?”

Inmiddels weet ik dat schaamte niet gemakkelijk is om tegenin te gaan. En ik leerde dat doordat ik op een bepaald moment maar gewoon dat ongemak op ben gaan zoeken. Te ontdekken waarom ik er altijd van wegliep. Waarom ik vooral niemand wilde irriteren. Waarom ik me netjes wilde gedragen. Waarom ik niemand tegen de haren in wilde strijken.

En dus ging ik oefenen om dit gevoel op te zoeken. Vooraf. Niet in het moment dat ik iets op mezelf betrek maar gewoon, gedurende de dag waarbij er niets aan de hand is. Actief te gaan ‘emotie fitnessen’ zoals ik ook ’s avonds naar de sportschool zou gaan doen. Alleen nu geen fysieke spieren maar mentale spieren kweken.

Juist als het contact lichtelijk ongemakkelijk is, wordt het interessant. Dat geldt niet enkel voor onze betere intieme gesprekken, maar ook voor de momenten waarop de grens bereikt wordt in wat jij of een ander als prettig ervaart. Want hoe beslis je wat je doet? Om daar vrij in te (leren) zijn is het belangrijk hier voldoende in te oefenen. Ongemak is een soort opening naar een verandering. Verandering bij de ander, van de relatie die je met iemand hebt, de toekomst. Door het ongemak te benoemen, creëer je intimiteit met de ander. Door het te erkennen creëer je ruimte voor jezelf. Juist op de momenten dat het spannend wordt weet je dat je mens bent. De momenten dat je voelt dat het ‘schuurt’, daarin leer je iets over jezelf.

Het begint ermee dat je erkent dat je de keus hebt jouw waarde of die van de ander voor te laten gaan. Geef je ruimte aan de ander? Of pak je die zelf? Niet omdat je die ander niet respecteert maar omdat je de verbinding tussen jullie minder belangrijk vind dan het feit dat je mag voelen je eigen leven te leiden. In een eerdere blog benoemde ik al dat je dertig kunt gaan rijden waar je vijftig mag. Of 7x naar voor en achter gaan tijdens het inparkeren en anderen laten wachten is ook een goede. Maar wat denk je van een winkeltje binnengaan tegen sluitingstijd, er een tijdlang rondhangen en zonder iets te kopen weer naar buiten gaan? Minimaal 10 kledingstukken passen in de winkel terwijl je weet dat je geen geld hebt om ze te kopen maar gewoon omdat je het zo fijn vind om jezelf te bewonderen in de spiegel? Of in een lange rij met boodschappen met 1 dingetje in je handen iedereen vragen of je voor mag gaan.

Durf jij de grens op te zoeken en dingen te doen waar het contact met die ander spannend wordt? Durf je te gaan zien welke waarde je toe hecht aan relaties, zelfs daar waar ze niet zijn? Ontdekken hoe zwaar je altijd investeert in de ander terwijl je in wezen mag investeren in jezelf? Heb je echt de goedkeuring van deze persoon nodig? Is het jouw moeite waard om hen gelukkig te maken? Wie zou je in eerste instantie gelukkig mogen laten zijn?

Durf je ruimte te maken tussen jezelf en je reactie? Jezelf toestaan dat je tijd neemt om even tot rust te komen, je behoefte aan verbinding te voelen en te bepalen of je de ander toe wilt laten in je persoonlijke ruimte. Zie jezelf in die situatie op een tv beeld, of zet jezelf figuurlijk in een weiland met witte paaltjes erom. Dat is jouw ruimte. Wie gun jij daarin? Degene die je in een reactie liet merken je niet te zien? Of de mensen die in je leven zijn die jou wel zien staan? Zeg eens…. wat zou emotionele fitness jou kunnen brengen?

Xandra van Hooff

Xandra van Hooff is eigenaar en hoofdtrainer bij GaveMensen. Zij laat professionals tijdens haar opleidingen en masterclasses zo hard de verdieping in schieten dat ze er vervuld, verzadigd en volkomen gelukkig aan het einde weer uit stuiteren.