‘Wat is hoogsensitiviteit nu echt?’ En… ‘Hoeveel overlap heeft het met hoogbegaafdheid, ADD, of met ASS?’ ‘Hoe vaak worden er eigenlijk misdiagnoses gedaan?’ Soms kom ik deze discussies tegen op Facebook.

Enerzijds de mensen die zich hard en stug opstellen, die tot op de komma nauwkeurig in capslock uitleggen wanneer je wel of niet hoogsensitief bent, en wat dat dan precies betekent, en hoe het zich zou onderscheiden van de andere etiketten, en, en, en…

En anderzijds is er dan altijd wel iemand die het afdoet met: “We moeten niet in hokjes denken. Iedereen is uniek!”

Ja Duh! Natuurlijk. Het het klopt dat hokjesdenken vaak veel kwaad doet. Je bent je diagnose namelijk niet, hoewel het daar dan soms wel op lijkt. We moeten voorbij de etiketten kijken, altijd. In direct contact met elkaar hebben deze etiketten namelijk helemaal niets te zoeken.

En toch hebben de etiketten hun nut. En praten over die etiketten ook.

Via die etiketten komen we elkaar namelijk tegen, vinden we informatie, en bovenal herkenning en erkenning.

Dus eigenlijk best fijn, die gesprekken, en dat precies willen weten wat het is en hoe het zit. Niks mis mee. Of toch?

Soms voel ik iets ongemakkelijks bij dat hele precieze. Ik vraag me af waar dat gevoel vandaan komt. Andere keren ben ik er namelijk dol op wanneer mensen precies proberen uit te zoeken hoe het zit, wanneer ze vragen stellen bij de uitzonderingen op de uitzonderingen, en wanneer ze het tot de bodum willen uitzoeken.

Maar nu weet ik het verschil. In sommige reacties proef ik frustratie. Frustratie om in een hokje geduwd te worden, of juist frustratie omdat het hokje onjuist wordt geïnterpreteerd.

In de andere reacties lees ik vooral nieuwsgierigheid: hoe zit dat precies?

Frustratie of nieuwsgierigheid. Wanneer ik frustratie proef dan komt het écht willen weten voort uit angst, uit het niet los kunnen laten, uit het overpsychologiseren, het niet kunnen accepteren.

Ik heb een vriendin die steeds riep: “Ik snap die hoogsensitiviteit niet!”

Ik legde het steeds opnieuw uit, maar ze bleef het zeggen. Door alles wat ze zei, bleek ze het echter akelig goed te snappen. Ze had alleen nog een heleboel vragen. Toen ik haar dat teruggaf, veranderde de “ik snap het niet” in “maar hoe zit dat dan?”

Het leek alsof ze het op een nieuwsgierige manier kon gaan bekijken. Het kan best dat ze dat al deed, maar nu deelde ze die nieuwsgierigheid ook met haar buitenwereld. Hoe dan ook, er ontstond veel meer ruimte. Ruimte voor gesprek. En we kwamen samen een stuk verder.

Dit is wat ik ons van harte gun in onze discussies over etiketten. Ik gun ons nieuwsgierigheid naar elkaar. De kwetsbaarheid van het niet weten. En van daaruit de wil om meer te weten te komen. Niet de noodzaak uit angst, maar de wil uit nieuwsgierigheid.

De noodzaak is een vlucht ergens vandaan. De wil is een beweging ergens naar toe.