HSP wetenschappelijk bewezen

Elke Van Hoof (1976) studeerde in 1999 af als klinische psychologe en promoveerde in 2003 aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) met een proefschrift over het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Daarna specialiseerde ze zich in wetenschappelijk onderzoek naar CVS en fibromyalgie en werkte ze mee aan diagnostische tests aan de Pacific University in Oregon (VS). Haar interessegebied breidde zich uit naar stress en burn-out, waarbij ze een beter zicht probeert te krijgen op de factoren die iemands omgang daarmee beïnvloeden. Toen ze telkens weer op mensen met een bepaalde kwetsbaarheid stuitte, belandde ze bij het thema hoogsensitiviteit (HS) en ging zich daarin specialiseren. In 2014 richtte ze aan de VUB een opleiding HSP-coach voor professionals op. Ze leidt het eerste grootschalige onderzoek naar hoogsensitiviteit bij volwassenen (1.500 personen) en werkt aan een uitgebreide vragenlijst om hoogsensitiviteit sluitend vast te stellen en te onderscheiden van aandoeningen zoals autisme, borderline of ADHD (waarmee er op gedragsniveau soms gelijkenissen zijn). Het werk van Elaine Aron dient daarvoor als basis, maar wordt verfijnd. Elke Van Hoof is sinds 2006 hoogleraar medische en gezondheidspsychologie aan de VUB. Ze heeft daarnaast ook een eigen klinische praktijk in België. Ik volgde bij haar de opleiding ‘HSP voor professionals’ die huisartsen, psychologen en andere professionale zorg- en hulpverleners in staat stelt om aan deze doelgroepen een gespecialiseerde aanpak te bieden. Dit jaar verscheen ook haar boek in de boekhandel!

 

Artikel 1:

Professor Elke Van Hoof (VUB) over hoogsensitiviteit: ‘Ik weet wat het is om je anders te voelen’

Hoogsensitiviteit? Je denkt bij het woord al snel aan zweverige theorieën van mensen met vermoeiende kinderen. Maar hoogsensitieve personen bestaan wel degelijk, blijkt nu uit een grootschalig onderzoek van klinisch psychologe Elke Van Hoof (VUB). Ze stelde de resultaten voor op het eerste Internationale Congres voor Hoogsensitiviteit in Brussel. ‘Scans bewijzen het: ze dénken anders.’

Kent u ze? De kruidje-roer-me-nietten? De mensen die alles persoonlijk nemen en zich de dingen te veel aantrekken? Of misschien hoorde u al over indigokinderen, of nieuwetijdskinderen, kinderen die door new agers als oude zielen worden gezien omdat ze heel gevoelig en intuïtief zijn? Het zweverige discours van zulke verhalen doet het onderzoek naar hoogsensitiviteit geen goed en leidt tot misverstanden. Net daarom pleit klinisch psychologe Elke Van Hoof, professor aan de Vrije Universiteit Brussel, voor een puur wetenschappelijke kijk op het fenomeen. ‘Ons onderzoek toont aan dat mensen met hoogsensitiviteit (HSP) de wereld op een andere manier beleven dan mensen die de eigenschap niet hebben’, zegt Van Hoof.

De psychologe speelt een pioniersrol in het onderzoek naar HSP: de academische wereld hield lange tijd argwanend afstand van het onderwerp. ‘Het is een wereldprimeur dat een opleiding en een congres over hoogsensitiviteit kán aan een universiteit’, zegt Van Hoof. ‘Men neemt hoogsensitiviteit niet altijd ernstig. Nochtans is het nodig. Uit onze research blijkt dat veel HSP’ers last hebben van angst en depressie, van werkstress en van stress in het algemeen. Dat geldt niet voor elke HSP’er, maar er is een verhoogde kwetsbaarheid. Omdat het concept zo weinig ingeburgerd is, loopt er nog veel verkeerd in de hulpverlening. Zo worden hoogsensitieve kinderen of jongvolwassenen foutief als autistisch gediagnosticeerd, terwijl er een duidelijk verschil is tussen de twee. Of stevenen HSP-volwassenen op een burn-out af omdat ze hun grenzen niet kunnen bewaken en zichzelf wegcijferen. Veel HSP’ers krijgen ook te maken met pesterijen.’

Zo worden hoogsensitieve kinderen of jongvolwassenen foutief als autistisch gediagnosticeerd, terwijl er een duidelijk verschil is tussen de twee.

In de wereld van de populaire psychologie is hoogsensitiviteit geen vreemd begrip, integendeel. De term werd in de jaren negentig bedacht door de Amerikaanse psychologe Elaine Aron, die hoogsensitiviteit onderzocht bij studenten. Toen de wetenschappelijke wereld lauw reageerde op haar onderzoek, publiceerde ze het boek The Highly Sensitive Person. How to Thrive when the World Overwhelms You . Wereldwijd gingen er meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. Een hype was geboren.

Elke Van Hoof wil geen afbreuk doen aan het werk van Elaine Aron – ze is een van de sprekers op het eerste Internationale Congres voor Hoogsensitiviteit in Brussel -, maar ze wijst wel op een aantal onzuiverheden en overhaaste conclusies in haar boeken. ‘De wetenschappelijke onderbouw van Elaine Aron is mager’, zegt Van Hoof. ‘Haar onderzoek gebeurde op studentenpopulaties, dus op mensen tussen de 18 en de 24 jaar, en bovendien bij groepen van maximaal 220 studenten. Ook over kinderen heeft ze veel gezegd zonder daar ooit wetenschappelijk onderzoek naar te doen. Wij, daarentegen, hebben alle bestaande literatuur over hoogsensitiviteit en temperamenten onder de loep genomen, en we hebben ons eigen onderzoek uitgevoerd op meer dan 1500 volwassenen tussen de 29 en de 58 jaar. Intussen loopt er onder leiding van professor Patricia Bijttebier van de KU Leuven ook een onderzoeksproject waarin hoogsensitiviteit bij 800 kinderen wordt onderzocht.

Aron wordt de grondlegger van het onderzoek rond HSP genoemd. Terecht of niet?

VAN HOOF: Ze heeft niets nieuws ontdekt, ze heeft een bestaand gegeven een nieuwe, sexy naam gegeven. In de persoonlijkheidspsychologie kent men het verschijnsel ‘negatief affect en reactiviteit’ al lang. Toegegeven, dat klinkt minder wervend dan hoogsensitief, maar het gaat om hetzelfde: geconfronteerd met uitdagingen reageert het stresssysteem erg snel, en krijg je een reactie van overprikkeling, stress en angst.

Waar heeft Aron het volgens uw onderzoek bij het verkeerde eind?

VAN HOOF: Ze zegt dat er vier factoren meespelen bij hoogsensitiviteit: diepgaande verwerking van informatie, overprikkeling, snel emotioneel worden, en oog voor het subtiele. Op basis van ons onderzoek zien wij dat het enige essentiële kenmerk van hoogsensitiviteit diepgaande verwerking is. Daaruit kunnen een aantal andere eigenschappen voortvloeien, zoals overprikkeling of emotionaliteit of subtiliteiten waarnemen. Maar niet noodzakelijk bij iedereen, zoals wordt gezegd.

Wat bedoelt u met diepgaande verwerking?

VAN HOOF: Simpel uitgelegd heeft een niet-HSP’er een filter in het informatieverwerkingssysteem in de hersenen. Afhankelijk van welke activiteit hij uitvoert, beslist de filter welke informatie er binnenkomt. Die gefilterde informatie wordt verwerkt in de hersenen. HSP’ers hebben die filter niet: alle prikkels komen op eender welk moment binnen. Over hoe dat precies in zijn werk gaat, bestaat er nog geen solide wetenschappelijk onderzoek. Maar wat we wel zien, is dat de hersenen van HSP’ers onder de fMRI-scanner bij een bepaalde opdracht in meer gebieden oplichten dan die van de niet-HSP’ers. Dat noemen we diepgaande verwerking. HSP’ers denken dus niet zoals niet-HSP’ers. Hun hersenen functioneren anders. Hoogsensitieve mensen krijgen daardoor vaak te horen dat ze de dingen te complex maken, dat ze veel te ver gaan met hun interpretaties. En omdat ze tot een minderheidsgroep behoren, zijn ze ‘raar’.

Blijf alsjeblieft van die zelftest af. Een lijst met 23 vragen is geen goede parameter om te ontdekken of je hoogsensitief bent. De vragen zijn niet genormeerd en overlappen met andere aandoeningen en stoornissen, zoals borderline persoonlijkheidsstoornis, bipolaire stoornis, autismespectrumstoornis, ADHD of ADD

Het hoeft nochtans geen negatieve eigenschap te zijn.

VAN HOOF: Het voordeel van de eigenschap is dat mensen met HSP met eenzelfde hoeveelheid informatie veel meer zouden kunnen doen. Afhankelijk van hun intelligentie zien ze sneller patronen. Ze zijn dikwijls creatiever, en ze zijn in staat om meer non-verbale signalen op te pikken. De keerzijde van de medaille is overprikkeling, het risico dat men alles veel persoonlijker opneemt, en mogelijk communicatieproblemen met niet-HSP’ers. Wie zich bijvoorbeeld niet bewust is van het feit dat hij anders denkt, krijgt zijn analyses niet altijd verkocht. Op het werk worden ze ook niet altijd ernstig genomen. In mijn praktijk hoor ik geregeld verhalen van HSP’ers die erg goed zijn in hun werk, maar wier innovatieve ideeën worden weggelachen. Twee jaar later horen ze iemand anders die ideeën formuleren, en die scoort dan wel. Erg frustrerend.

Kun je er vat op krijgen?

VAN HOOF: Een van onze bevindingen is dat HSP’ers heel ontvankelijk zijn voor wat men in de psychologie ‘differentiële susceptibiliteit’ noemt. Dat is niet specifiek aan HSP, het is ook in andere domeinen erg belangrijk. De positieve of negatieve invloed van een omgeving is doorslaggevend bij HSP’ers. Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen hoogsensitieve kinderen die opgroeien bij zorgzame dan wel bij niet-zorgzame ouders. Wie ondersteunende ouders heeft, staat later heel sterk in het leven. De anderen maken meer kans op depressie en andere mentale problemen. In mijn praktijk merk ik ook dat HSP’ers sneller evolueren als ik ze positief benader. Het goede nieuws is dat HSP’ers die zich bewust zijn van hun persoonlijkheidskenmerk, en er goed mee omkunnen, de eigenschap in hun voordeel kunnen gebruiken.

Op het internet en in de populaire literatuur worden zelftests aangeboden. Geen goed idee, vindt u?

VAN HOOF: Blijf daar alsjeblieft van af. Een lijst met 23 vragen is geen goede parameter om te ontdekken of je hoogsensitief bent. De vragen zijn niet genormeerd en overlappen met andere aandoeningen en stoornissen, zoals het borderlinesyndroom, bipolaire stoornis, autismespectrumstoornis, ADHD of ADD. Bovendien zijn de vragen veel te breed, te negatief en te emotioneel geformuleerd, ze vertrekken vanuit klachten en dysfunctie. Terwijl uit ons onderzoek blijkt dat er ook veel HSP’ers zijn die goed functioneren en zich niet in die test herkennen.

De test die wij nu hebben opgesteld, duurt een uur om in te vullen, en moet twee keer worden afgenomen zodat we de tijdelijke emoties kunnen scheiden van wat men permanent voelt. Dat is ook nodig: om zulke krachtige uitspraken te doen over iemands persoonlijkheid moet je zeker zijn. Zodra ik 100 procent zeker ben dat onze test accuraat is, wordt hij voor iedereen beschikbaar gemaakt. We hopen tegen de zomer klaar te zijn met een versie die minder tijd in beslag neemt maar even accuraat is.

Klopt de stelling dat 15 à 20 procent van de bevolking hoogsensitief is?

VAN HOOF: Daar ga ik van uit, omdat je het ook ziet bij dieren. Ook daar is 15 à 20 procent hoogsensitief. Zelfs bij hele kleine baby’s zie je het al.

Zo jong en al een etiket?

VAN HOOF: Een groot verschil tussen de visie van Elaine Aron en de mijne is dat Aron zwart-wit denkt: je bent HSP of je bent het niet. Volgens haar bepaalt het alles. Uit ons onderzoek kun je afleiden dat hoogsensitiviteit geen kwestie van alles of niets is, en dus zeker geen label.

De persoonlijkheid van een mens heeft meer dan één facet. Je kunt extravert zijn, maar daarnaast nog veel andere dingen. Je kunt hoogsensitief zijn, maar de mate waarin dat een probleem zou kunnen zijn, wordt beïnvloed door andere persoonlijkheidskenmerken, en door de manier waarop je omgaat met de uitdagingen in je leven. Net zoals een persoon met autisme niet per definitie iemand is die alleen maar probleemgedrag vertoont. Daarom spreek ik ook niet graag over HSP’ers, wel over personen met HSP – ze bezitten nog andere kenmerken dan HSP.

Uit ons onderzoek kun je afleiden dat hoogsensitiviteit geen kwestie van alles of niets is, en dus zeker geen label

Waar komt uw fascinatie voor hoogsensitiviteit eigenlijk vandaan?

VAN HOOF: De underdog in de samenleving heeft me altijd al geïnteresseerd. Toen ik in 1999 afstudeerde als klinisch psycholoog begon ik te werken met patiënten met CVS (chronischevermoeidheidssyndroom, nvdr.). Er waren altijd mensen die niet goed reageerden op de interventies en technieken die ik had geleerd. Ze wilden veel dieper gaan, beantwoordden een eenvoudige vraag met een levensverhaal. Toen ik daarna mensen met kanker en met chronische aandoeningen begeleidde, stuitte ik opnieuw op dat patroon. Ik ging me verdiepen in aanpassingsproblemen, in stress, in de vraag wat mensen kwetsbaar maakt als ze worden geconfronteerd met uitdagingen en problemen. Wie ontwikkelt effectief problemen, en hoe komt dat? Zo belandde ik bij hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid. Omdat hoogbegaafdheid al erkend en onderzocht wordt, ben ik me op hoogsensitiviteit gaan concentreren.

Het is geen gemakkelijk traject. Alle onderzoek gebeurt zonder extra budget. In de wetenschappelijke wereld verwacht men dat je bewijzen aanlevert voordat je in aanmerking komt voor onderzoeksgeld. Ik hoop dat deze resultaten het begin zijn van een groot en breed onderzoek naar HSP.

Bent u zelf hoogsensitief?

VAN HOOF: Ja. Ik weet wat het is om je anders te voelen dan de gemiddelde persoon. Ik heb dikwijls moeten horen dat ik raar was, dat ik me niet conform de verwachtingen gedroeg, dat ik me aanstelde. Bij de minste prikkel begint je geest te associëren en ben je in gedachten al veel verder dan de mensen met wie je aan het praten bent. Ze kijken vreemd op als je je gedachten hardop formuleert, ze vinden dat je het veel te moeilijk maakt. Tot ik mensen begon te ontmoeten die hetzelfde ervoeren, en ik me realiseerde dat ik niet de enige ‘zot’ was die op die manier naar de wereld keek. Ik heb het pas volledig leren aanvaarden toen ik mijn kinderen bezig zag, en vóór hen ook al andere kinderen met HSP. Sindsdien kan ik erg genieten van mijn talenten.

U gaf al aan dat ook HSP-kinderen een kwetsbaardere groep vormen.

VAN HOOF: Kinderen onderzoeken is moeilijk, waardoor we er nog niet zoveel over weten. Maar uit observatie en vanuit mijn praktijk, waar ik vaak met HSP-kinderen werk, heb ik geleerd dat hoogsensitieve kinderen de wereld in hun eigen tempo verwerken. Jammer genoeg zijn er veel kinderen die dat niet mogen doen en in een ander traject worden gedwongen. Voor HSP-kinderen is dat niet de beste strategie. Als ze overprikkeld raken, worden ze mogelijk agressief. Op hen inpraten en straffen heeft geen zin. Als je hoogsensitieve kinderen op momenten van conflict even met rust laat, kalmeren ze sneller. Ook hebben kinderen met HSP een kader nodig. Ze willen weten waarom men iets van hen verwacht, en ze willen inspraak. Door hen structuur te bieden en hen in het overleg te betrekken, kun je veel problemen omzeilen.

Op dit moment krijgen te veel mensen het label van autisme terwijl ze echt niet in aanmerking komen voor die diagnose. Sommige zogenaamd autistische kinderen hebben wel een hoog inlevingsvermogen, of bij sommigen verdwijnt het ‘autisme’ plots. Er worden nog te veel verkeerde diagnoses gesteld

Op dit moment krijgen te veel mensen het label van autisme terwijl ze echt niet in aanmerking komen voor die diagnose. Sommige zogenaamd autistische kinderen hebben wel een hoog inlevingsvermogen, of bij sommigen verdwijnt het ‘autisme’ plots. Er worden nog te veel verkeerde diagnoses gesteld, en daar willen we met onze opleiding voor professionals paal en perk aan stellen. Zowel op het vlak van de foute ‘andere’ diagnoses als op het vlak van mensen die foutief met HSP worden omschreven.

Het gevolg van hoogsensitiviteit kan onder meer zijn dat je heel fantasierijk en creatief bent, maar ook dat je jezelf wegcijfert. Worden HSP’ers in deze harde economische tijden niet onder de voet gelopen?

VAN HOOF: Dat worden ze zeker. HSP’ers staan altijd klaar voor anderen en verloochenen daarbij zichzelf. Ze hebben het moeilijk om hun grenzen te bewaken, maar ook om zichzelf te beschermen tegen misbruik. Nee zeggen is elke keer weer een uitdaging. We zien dat veel HSP’ers zich gemakkelijk voor de kar van iemand anders laten spannen, en daar weinig voor terugkrijgen. Waarmee ik niet wil zeggen dat elke hoogsensitieve vrouw per definitie een gemakkelijk slachtoffer is.

Hoe voelen HSP’ers zich op de werkvloer?

VAN HOOF: In één zin: wie zich niet bewust is van zijn hoogsensitiviteit en daar niet naar leeft, heeft veel meer werkstress en leeft met een gevoel van onbehagen. Dat kan zich uiten in een burn-out, in pesterijen, in onder je niveau werken en presteren… Het fenomeen keert steeds terug: wie zich niet goed verzorgt, heeft een hobbelige loopbaan.

En je zou kunnen zeggen dat mensen met een potentieel verhoogde kwetsbaarheid, zoals hoogsensitieven, de kanaries in de kolenmijn zijn. En de kanaries vallen.

Tijdens het congres zullen de eerste getuigschriften van de opleiding ‘HSP voor professionals’ worden uitgereikt. Ook een initiatief van u.

VAN HOOF: Hulpverleners en artsen krijgen tijdens die opleiding alle wetenschappelijke inzichten mee over hoogsensitiviteit: wat is het, en hoe herken je het? We werken met concrete thema’s zoals HSP op het werk, kinderen met HSP, en HSP en hoogbegaafdheid.

HSP’ers hebben het moeilijk met de snelheid en de hardheid van de maatschappij. Die groep dreigt uit de boot te vallen als we ze geen handvaten aanreiken, methodes om zich te handhaven.

Zou de samenleving erbij gebaat zijn als ze hoogsensitiviteit meer zou waarderen?

VAN HOOF: Ik denk dat de samenleving vooral gebaat is bij het aanvaarden van de realiteit zoals ze is. Als iemand je vertelt dat hij doodongelukkig is, zou je die emotie moeten erkennen in plaats van het probleem weg te redeneren. Dat geldt voor mensen met borderline, voor mensen met hoogsensitiviteit, voor mensen met hoogbegaafdheid, en voor elke mens die het soms moeilijk heeft. Niet over het probleem heen stappen, maar ernaar luisteren en het erkennen, dáár heeft de samenleving behoefte aan. Ik geloof dat de maatschappij issues heeft die ons parten beginnen te spelen. En je zou kunnen zeggen dat mensen met een potentieel verhoogde kwetsbaarheid, zoals hoogsensitieven, de kanaries in de kolenmijn zijn. En de kanaries vallen.

Dit artikel verscheen eerder in Knack van 7 mei 2015.

______________________________________________________________________

Artikel 2:

‘Mensen met hoogsensitiviteit pikken veel meer op’

Hoogsensitiviteit wordt vaak verward met o.a. overgevoeligheid. Het gaat echter om een persoonlijkheidskenmerk op zich. En dat kan haarscherp omschreven en gemeten worden. Elke Van Hoof leidt het eerste grote onderzoek naar hoogsensitiviteit bij volwassenen. Sinds de Amerikaanse psychologe Elaine Aron in 1996 de term ‘hoogsensitief persoon’ lanceerde voor een persoonlijkheidskenmerk

dat al veel langer onder verschillende namen bekend was, is het begrip een eigen leven gaan leiden. Hoewel Aron ook de positieve kanten belichtte, associeert het grote publiek ‘hoogsensitiviteit’ (HS) nog steeds met introversie, overgevoeligheid en angstig gedrag. Bovendien werd de HS-hypothese soms in twijfel getrokken door het ontbreken van solide wetenschappelijk onderzoek. Daar lijkt nu een einde aan te komen. De laatste jaren zijn er enkele degelijke wetenschappelijke studies bij kinderen en volwassenen doorgevoerd. Daaruit blijkt dat hoogsensitiviteit inderdaad een apart persoonlijkheidskenmerk is, dat nu bovendien haarscherp omschreven en gemeten kan worden.

Een van die wetenschappers is Elke Van Hoof (Vrije Universiteit Brussel). Zij leidt het eerste grote onderzoek naar hoogsensitiviteit bij volwassenen, waaraan al 1.500 mensen tussen 35 en 60 jaar meewerkten. In mei organiseer- de ze aan de Brusselse Universiteit het eerste wetenschappelijke symposium over hoogsensitiviteit, waarop ook bui- tenlandse collega’s hun studies voorstelden. Een actuele stand van zaken.

Bij hooggevoeligheid denken we vaak aan kruidjes-roer-mij-niet, aan drama’s met veel tranen of mensen die je beter met fluwelen handschoenen benadert, omdat ze soms zomaar uit hun slof schieten. Klopt dat beeld volgens de huidige wetenschap?

Neen. De ‘hooggevoeligheid’ die u beschrijft, is eigenlijk een emotionele reactie – ‘lange tenen’ als het ware – op iets dat in de hersenen gebeurt. Deze hooggevoeligheid heeft echter weinig te maken met hoogsensitiviteit. Met hoogsensitiviteit bedoelt de wetenschap een specieke responsiviteit in de hersenen. Hoogsensitieve hersenen werken dus anders. Al die reacties, zoals overprikkeling, emotionaliteit of neuroticisme die Elaine Aron beschrijft en die je ook in persoonlijkheidsmodellen als de Big Five terugvindt, zijn niet de essentie van hoogsensitiviteit. Dat zijn alleen mogelijke reacties of gevolgen. Die komen echter niet bij iedereen voor: sommige mensen zijn hoogsensitief, maar hebben geen last van hooggevoeligheid, blijkt uit ons onderzoek.

Met hoogsensitiviteit bedoelt de wetenschap een specieke responsiviteit in de hersenen. Overprikkeling of emotionaliteit zijn niet de essentie van hoogsensitiviteit. Dat zijn alleen mogelijke reacties of gevolgen. Die komen echter niet bij iedereen voor.

Waardoor onderscheiden hoogsensitieve hersenen zich dan?

Ze verwerken de informatie op een meer diepgaande manier. Dat is duidelijk te zien op hersenscans, bijvoorbeeld bij visuele taken waarbij proefpersonen subtiele verschillen tussen sterk gelijkende tekeningen moeten opsporen. Bij hoogsensitieve mensen gaan er onmiddellijk meer hersengebieden aan het werk dan bij mensen zonder dit persoonlijkheidskenmerk; bij die laatste groep lichten er misschien maar twee gebieden op. Bovendien hebben mensen zonder hoogsensitiviteit meer tijd nodig om de verschillen te zien. Hoogsensitieve mensen kunnen subtiele verschillen dus sneller detecteren.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt verder dat hoogsensitiviteit bij 15 tot 20 procent van de mensen voorkomt, even vaak bij mannen als bij vrouwen. We zien het trouwens bij verschillende diersoorten opduiken: apen, ratten, vissen… Telkens weer valt de bedachtzaamheid op. Als je bijvoorbeeld een proef opzet met een val, zijn er dieren die er meteen vandoor gaan en gepakt worden. Hoogsensitieve dieren wachten echter, kijken eerst goed rond en gaan zich vervolgens normaal gedragen. Met dat verschil dat zij heel moeilijk te pakken zijn. Die bedachtzaamheid is heel typisch. Het is niet omdat je responsieve hersenen hebt, dat je ook snel reageert of handelt. De hypothese is dat mensen of dieren met hoogsensitiviteit al die informatie eerst willen verwerken voor ze tot actie overgaan. Dat maakt dat ze meestal graag de kat uit de boom kijken.

Hoogsensitiviteit komt bij 15 tot 20 procent van de mensen voor, even vaak bij mannen als bij vrouwen. We zien het trouwens bij verschillende diersoorten opduiken: apen, ratten, vissen… Telkens weer valt de bedachtzaamheid op. 

Dat klinkt als een positieve en bruikbare eigenschap.

Ja. Want je kunt inderdaad meer uit de beschikbare informatie halen. Het heeft er trouwens alle schijn van dat hetzelfde ook voor de andere zin- tuigen geldt: ook auditief of via geuren pikken mensen met hoogsensitiviteit veel meer op. Het is een ongelooflijk voordeel dat je veel meer met beschik- bare informatie kunt doen dan een ander. Voor een goed begrip: hoogsensitiviteit is dus geen syndroom, maar een persoonlijkheidskenmerk.

Is dat misschien de reden waarom de evolutie deze eigenschap is blijven selecteren?

Daar bestaan in elk geval hypothesen over. Misschien waren mensen met hoogsensitiviteit verkenners, die uitge- stuurd werden om te gaan kijken welke plek voor een grote groep mensen veilig zou kunnen zijn. Daarvoor is het belangrijk dat je snel heel veel informatie kunt verwerken; dat vraag je niet aan iemand met ADHD, die bij elk detail afgeleid is. Die functie zorgde er echter ook voor dat de natuurlijke habitat van die verkenners niet de drukte van de groep was. Zij waren veel alleen, maar wel met die zorg voor anderen.

Dat zien we ook vandaag nog. Mensen met hoogsensitiviteit hebben meer dan gemiddeld nood aan afzondering. Tegelijk hebben ze overmatige aandacht voor anderen. Ze zijn meestal heel gevoelig als anderen een beroep op hen doen en streven vaak naar billijkheid. In het bedrijfsleven zijn dat dan bijvoorbeeld facilitatoren, de mensen die een oplossing zoeken waarin voor iedereen iets goeds zit.

Hoe verklaart u die link? Een grote gevoeligheid voor zintuiglijke prikkels is één ding, maar je grenzen niet goed afbakenen of bekommerd zijn om anderen lijkt toch nog iets anders?

Ook dat heeft met die diepgaande verwerking te maken: omdat je veel informatie tegelijk binnenkrijgt, zie je in één oogopslag wat de noden en behoeften zijn. Die diepgaande verwerking heeft echter een keerzijde: al die informatie geeft meer kans op overprikkeling. Door die bijzondere hersenactiviteit, die dus meer verspreid is, wordt immers ook het stressbrein sneller actief, met daar vlakbij ook de angstcentra en centra voor sociale uitsluiting. Bovendien brengt het ook een zekere spanning met zich mee als er meer hersengebieden aan het werk zijn; als je die noden en behoeften ziet, wil je daaraan tegemoetkomen. Dat maakt dat heel wat mensen met hoogsensitiviteit problemen hebben met grensafbakening: ze zijn vatbaarder voor sociale uitsluiting, kunnen moeilijker ‘neen’ zeggen en gaan vlugger over hun eigen grenzen in een poging om van die spanning af te raken. Sommigen neigen dan naar een vorm van empathie waarbij ze hun eigen behoeften verloochenen. In ons onderzoek hebben we echter ook vastgesteld dat er hoogsensitieve mensen bestaan die hun grenzen perfect kunnen afbakenen, omdat zij zich bewust zijn van hun overprikkeling. Er bestaan simpele trucs om je mindset aan te pas- sen, zoals het ‘pause and check’- systeem: je even terugtrekken om te kijken of die ‘ja’ tegen een ander ook een ‘ja’ tegenover jezelf is, bijvoorbeeld.

Nog even over die overprikkeling en het stressbrein. Blijkbaar is er ook een opvallend verband tussen hoogsensitiviteit, stress en burn-out. Hoe zit dat precies in elkaar?

Kijk, je hebt een geweldig brein dat heel goed en snel werkt, en waarbij verschillende gebieden goed op elkaar zijn afgestemd. De hersenen zijn daarbij een onderdeel van ons centraal zenuwstelsel. Dat heeft uiteindelijk als functie de informatieverwerking te coördineren, eventueel gevaar te detecteren en intussen na te gaan of je energie- efficiënt werkt. Het stressbrein, ook een onderdeel van dit centraal zenuwstelsel, schiet dan in actie als er iets misloopt. Normaal werken het stressbrein en de prefrontale cortex, die deze informatieverwerking coördineert en allerlei processen controleert, goed samen. Bij hoogsensitiviteit zijn de hersenen echter responsiever: ze worden sneller geactiveerd en er is makkelijker overprikkeling. Gaat die overprikkeling over een bepaalde drempel heen, dan wordt de vlotte samenwerking met die controlerende prefrontale cortex als het ware doorgeknipt. Iemand met hoogsensitiviteit wordt dus sneller iemand als ‘een kip zonder kop’. Uiteindelijk kunnen ze zo ook vlugger last krijgen van stressgerelateerde problemen en overreactiviteit in al zijn vormen, burn-out, uitputtingsdepressie… Maar ook hier zien we dat er heel wat hoogsensitieve mensen zijn die geen last hebben van stressgerelateerde problemen.

Hoe komt dat? Wat is hun kracht?

Dat is de volgende stap, we willen gaan onderzoeken waaraan dat ligt. Enerzijds vermoeden we dat het mensen zijn die overprikkeling heel goed kunnen tegengaan en anderzijds dat zij ook inzetten op executieve functies binnen de prefrontale cortex. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld hun zelf- waardegevoel heel goed behouden en zijn niet van de kaart als iemand tegen hen zegt: ‘Stel je niet zo aan’. Vergeet niet dat hoogsensitiviteit maar één persoonlijkheidskenmerk is. Dat heeft dan misschien wel kwetsbare eigenschappen, maar tegelijk kun je naar andere karaktertrekken kijken om dat te stutten en ervoor te zorgen dat die overprikkeling niet met je aan de haal gaat. Dé hoogsensitieve persoon bestaat niet, net zomin als je dé extravert hebt. Het komt erop aan je van dat ene kenmerk bewust te zijn. Heb je bijvoorbeeld ook een goed analytisch vermogen, dan kun je er een gewoonte maken om voor jezelf constant hoofd- en bijzaken te onderscheiden: ‘Kan ik dit er nog bijnemen?’. En wie hoogsensitief en extravert is, kan zijn bedachtzaamheid met een grapje opvangen.

Wat als je niet meteen zo’n stuttende eigenschap vindt? Kun je dat oefenen?

Veerkracht kun je ontwikkelen en trainen. De positieve psychologie bijvoorbeeld kent een hele rij interventies, zoals korte oefeningen om een gebeurtenis te analyseren, of elke dag positieve elementen noteren. Mindfulness kan een manier zijn, yoga, pilates… Verder kun je ervoor zorgen dat je energiereserve altijd optimaal is, omdat je dan wat meer kunt hebben. Er bestaat een heel gamma hulpmiddelen om niet zo snel overgeleverd te zijn aan de emoties van dat stressbrein. Het zijn de bekende strategieën om jezelf in balans te houden. Maar voor mensen met hoogsensitiviteit is het extra belangrijk om zich van die overprikkeling bewust te zijn en daar actief mee bezig te zijn. Door dat in balans te houden, kun je vooral de voordelen van hoogsensitiviteit ervaren, en niet de nadelen.

Kwetsbaarheid of kracht, dat heb je zelf in de hand?

Hoeveel je zelf in eigen handen neemt, is natuurlijk belangrijk. Maar uiteraard zijn er nog andere beïnvloedende factoren. Wie bijvoorbeeld hoogsensitief is én ook het depressiegen heeft, heeft wat minder goede kaarten getrokken. En niet alleen de biologie speelt mee, ook de sociale omgeving, bijvoorbeeld tijdens je opvoeding. Dat concept wordt in de psychologie ‘differentiële susceptibiliteit’ genoemd. Een kind dat constant last had van overprikkeling en voortdurend te horen kreeg ‘stel je niet aan’, heeft geleerd dat wat het voelt, niet oké is. Zo’n kind voelt zich niet erkend, wijkt af van de norm, wordt sneller kwetsbaar en vindt later misschien moeilijker een plaats in de maatschappij. Sociale interactie kan er dus voor zorgen dat je vooral de lasten van hoogsensitiviteit ervaart. Michael Pluess (Queen Mary University of London) heeft daar interessant langetermijnonderzoek naar gedaan. Daarin zie je duidelijk dat kinderen met hoogsensitiviteit die in een ondersteunende omgeving zijn opgegroeid, sterker vooruitkomen dan kinderen die niet erkend werden of niet geleerd hebben hoe ze met die speciale hersenen en overprikkeling kunnen omgaan. Zet hoogsensitieve mensen in een slechte omgeving waarin ze altijd afgewezen worden, en het worden kwetsbare vogeltjes die snel breken. Maar als je hoogsensitieve mensen ondersteuning geeft, kan je ze daar ook snel weer uit halen. Hoogsensitieve hersenen zijn namelijk ook heel responsief bij positieve prikkels: ze kunnen sneller het opperste beleven dan niet-hoogsensitieve mensen. Dat heeft een enorme meerwaarde: met simpele ingrepen kun je mensen dan snel uit een negatieve spiraal halen. Dat is natuurlijk bijzonder hoopgevend!

______________________________________________________________________

Klik op de links om meer te weten komen over Elke van hoof of Het huis voor Veerkracht of klik op het plaatje om haar boek te bestellen: 9200000040709832

 

Voor wie hoogsensitiviteit nog een uitdaging is heb ik het programma ‘Imperfect Onderweg‘ ontwikkeld. En voor wie zich verder wil professionaliseren tot HSP expert is ‘Master of Emotions‘ een aanrader! 

Xandra van Hooff

Xandra van Hooff is eigenaar en hoofdtrainer bij GaveMensen. Zij laat professionals tijdens haar opleidingen en masterclasses zo hard de verdieping in schieten dat ze er vervuld, verzadigd en volkomen gelukkig aan het einde weer uit stuiteren.