Kennis over hoogsensitiviteit is van levensbelang!

Bruce J. Ellis en W. Thomas Boyce introduceren in 2005 een opvallend nieuw onderscheid tussen kinderen gelet op de genetica: het onderscheid tussen orchidee- en paardenbloemkinderen. Paardenbloemkinderen hebben de capaciteit om te overleven -zelfs bloeien- in welke omstandigheden dan ook. Ze zijn psychologisch veerkrachtig. Orchideekinderen zijn daarentegen zeer gevoelig voor hun omgeving, met name voor de kwaliteit van de opvoeding die ze krijgen. Uit recent onderzoek van Michael Pluess en collega’s (2017) blijkt echter dat er eerder sprake is van drie groepen. Ze vonden mensen die laag in sensitiviteit waren en ze vonden orchideeën. En tot slot de derde groep; welke ze tulpen hebben genoemd en die niet zo gevoelig zijn voor (positieve of negatieve) omgevingsinvloeden, tenzij er echt iets aan de hand is. Elke persoon bevindt zich dus ergens in dit spectrum. Maakt dat iets uit voor de manier waarop je met iemand omgaat? Dit blijkt wel zo te zijn. Sterker nog; het is van levensbelang. Als orchideekinderen verwaarloosd worden, hebben ze het zwaar. Als ze echter worden gekoesterd overleven ze niet alleen maar, bloeien met de grootste schoonheid en ongewone delicatesse. Tezamen in een veld met paardenbloemen en tulpen vormt dit een prachtig geheel.

Wanneer iemand hoogsensitief is (veel details opmerkt in de omgeving en deze diepgaand verwerkt) heeft deze persoon een biologische basis welke in negatieve omstandigheden kan leiden tot problemen. In de juiste omstandigheden kan deze eigenschap echter leiden tot floreren; een groter leervermogen en leefgeluk. Als we er vanuit gaan dat de hoogsensitieve persoon meer baat heeft bij een positieve omgeving, dienen we in de opvoeding, begeleiding en coaching van deze persoon vooral in te zetten op het zien en bekrachtigen van deze sensitiviteit. Dit betekent dat het belangrijk is dat de sensitiviteit wordt gezien en serieus wordt genomen, dat er oog is voor de creativiteit, dat deze mensen de ruimte krijgen die ze nodig hebben voor het verwerken en reflecteren, en ook dat er duidelijke afspraken zijn over verwachtingen en kaders.

Onderzoek aan de Universiteit van Londen onder hoogsensitieve kinderen toont aan dat een interventieprogramma gebaseerd op pijlers uit de positieve psychologie niet alleen een grotere positieve impact hadden op de korte termijn, maar ook dat het effect bleef bestaan, daar waar het effect bij andere kinderen allang was weggeëbd. Dit sluit aan bij de praktijk waar we steeds uit verhalen terug horen dat hoogsensitieve mensen profiteren van ándere interventies dan die voor de gemiddelde mens gelden.

Het is mijns inziens ontzettend belangrijk dat hoogsensitiviteit wordt gezien en erkend. Niet alleen om de positieve gevolgen voor de hoogsensitieve persoon zelf, maar ook voor zijn of haar omgeving. In dit artikel geef ik een persoonlijke ervaring en reflectie op dit onderwerp.

Hoe werkt dat in de praktijk? Een voorbeeld.
Jonas, een jongen van veertien die doordeweeks verblijft in een leefgroep (besloten jeugdzorgsetting), stond voor me met gestrekte hand. Ik gaf hem tien euro. Ruim voldoende om in de winkel toetjes te halen voor na het eten. Hij draaide zich om, pakte de fiets uit de stalling en fietste weg. Hoofd licht gebogen, de rug gekromd, de voeten stevig op de trappers duwend, zoals een veertienjarige dat kan doen wanneer ze de vrijheid ruiken maar weten dat ze toch netjes datgene gaan doen wat er gevraagd is. Een lieve jongen, betrouwbaar, empathisch, soms een echte puber die geen zin heeft om te helpen maar als er echt iets is altijd bereid om zonder te vragen zijn steentje bij te dragen. Alsof hij voelt wanneer het nodig is.

Een kwartier later is hij er weer. Zonder iets te zeggen of me aan te kijken legt hij het overgebleven geld op tafel. Het nagerecht verdwijnt in de koelkast en hijzelf in de woonkamer. Geen bonnetje. Ik slik. Weet dat er iets niet klopt maar mis nog het bewijs om er iets over te zeggen. Ik besluit het geld te gaan tellen wat op de tafel is achtergelaten.

Te weinig. Ik heb te weinig teruggekregen. Wetende wat hij heeft gekocht mis ik een euro. Een gedachte schiet gelijk door mijn hoofd. Nu ja, eigenlijk een vloek. Maar ik vind van mezelf dat ik dat niet mag denken. Het tuimelt in mijn hoofd en ik begin wat op te ruimen alsof ik zo ook van binnen orde in de chaos kan scheppen. Ik wil overzicht. Helderheid. Wat te doen? Ik besluit hem te vragen. Wellicht is er toch een bonnetje. Was het duurder. Een zwerver die wat kleingeld kon gebruiken. Iets wat een goede reden kon geven om minder geld dan verwacht terug te brengen…

Helaas bleek mijn hoop onterecht. Er wás geen bonnetje. “Niet gekregen” was het antwoord. “En het toetje was echt zo duur hoor. Echt waar!” wordt me met een enigszins verhitte stem toegeworpen. Ik zucht en besluit online op te zoeken hoe duur dit product is. Een blik op de website bevestigt mijn vermoeden: het nagerecht was inderdaad zo goedkoop als ik dacht dat het zou zijn.

Wanneer ik Jonas hiermee confronteer vertelt hij me dat het kassameisje mogelijk een fout heeft gemaakt. Hij heeft niet gelogen over het bedrag en geen bonnetje gekregen. ‘Ik kan er niets aan doen!’, roept hij me toe. Maar ik zie geen rustige zelfverzekerde houding bij hem. Eerder een afgewende blik, een interne onrust en opkomende vertwijfeling, alsof hij zoekt naar een oplossing. Duizenden vragen komen op in mijn hoofd en Jonas lijkt te begrijpen dat ik richting een kruisverhoor wil gaan. Hij is me voor en gaat naar buiten om op de trampoline te springen. Door het raam kijk ik hem aan. Ik wil hem vertrouwen. Maar dit geeft me geen goed gevoel. Wat te doen?

Ik besluit te overleggen met collega’s. “Gewoon confronteren” is het antwoord wat ik krijg als ik vraag wat te doen. Ik zucht. Ik voel dat ik dat inderdaad moet doen, maar het staat me tegen. Confronteren is te makkelijk en wat leert hij ervan? De gedachten malen door mijn hoofd en mijn emoties spelen een potje scrabble waarbij nog niet duidelijk is welke partij gaat winnen.
“Wat zou je willen doen?” krijg ik als wedervraag. Ik veer op. “Hem meenemen naar de winkel en gaan kijken”. Nou prima, doen dan, is het antwoord wat ik krijg. En voordat ik het weet is het vuur onder de pannen uitgedraaid en roep ik naar buiten dat Jonas mee moet komen. We gaan samen naar de winkel…

De hele rit houdt hij stug vol dat het toetje echt zo duur was als hij had gezegd. Maar dichter bij de winkel wordt hij wat stiller. En als ik binnen koers zet naar de toetjes afdeling en voor het koelvak stil houdt zie ik dat hij wat achter me aan drentelt. Hij slaat af naar een andere rij, en houdt me vanuit zijn ooghoeken in de gaten. Ik buig rustig voorover, op zo’n manier dat hij ziet dat ik kijk. Ik weet al welk bedrag ik ga zien. Ik draai me om en kijk naar zijn rug. Hij staat er verslagen bij. Betrapt. Wachtend op wat komen gaat…
Ik haal adem. Neem een moment. Dan noem ik zijn naam. “Jonas”, zeg ik rustig en let er op dat mijn stem vriendelijk klinkt. “We hebben een probleem. Denk je dat dit op te lossen is?” Hij draait zich om en kijkt me aan, zijn gezicht nog altijd wat naar beneden gericht. Op veilige afstand blijft hij staan maar geeft me met zijn ogen te kennen dat ik door mag praten. “Ik mis 1 euro. Dat is niet zo’n heel groot bedrag.”

Hij komt naar me toe. Een fysiek gebaar dat me hoopvol stemt. “Ik had niet gedacht dat het zo opgelost zou kunnen worden”, zei hij. Ik dacht dat je boos zou zijn en me straf zou geven. “Een euro is niet zoveel. Dat heb ik wel in mijn portemonnee. Mag ik het met mijn zakgeld aanvullen zodat je niks meer tekort komt?”

Ik accepteer zijn aanbod en een hoorbare zucht komt over zijn lippen. Zijn lichaam ontspant en er lijkt een ton van zijn schouders te zijn gevallen. Maar rustig is hij nog niet. Ik glimlachte naar hem en knikte. We zouden het er later nog wel over hebben, eerst zorgen dat zijn stress wat afzwakt. En de mijne ook trouwens. Op weg naar buiten zien we in de verte de kassa’s opdoemen. “Wat denk je” vraag ik hem “moeten we het kassameisje nog vragen naar het missende bonnetje?” Maar hij schud zijn hoofd en vertrouwd me toe dat dat niet nodig is.

Na de avondmaaltijd waarbij we allemaal hebben genoten van het toetje, is het tijd voor opruimen en poetsen. Jonas heeft wasdag en ik vind hem op zijn billen voor de wasmachine terug, driftig de witte en bonte was uitzoekend en de juiste stukken in de machine stoppend. “Wat heb je geleerd van vanmiddag?” vraag ik hem. Hij kijkt me aan. “Dat stelen verkeerd is en leugens uitkomen” zegt hij zonder op te kijken. “Ja, dat snap ik” gaf ik hem terug. Maar dat wist je al op je vierde. Kijk, je bent nu tien jaar ouder. Bijna volwassen. Over een paar jaar is er niemand die voor jou kan zorgen en mag je alles zelf opknappen. In de korte tijd die wij hebben proberen we je op te voeden. Ook als het gaat over geld en dingen kopen. Jij hebt zakgeld. En daar mag je van kopen wat je wilt. Nu ja, binnen grenzen dan he?” Ik kijk hem aan en geef een knipoog. Hij lacht terug.

Ik haal adem en ga verder. “Ik begrijp het als je in de winkel bent en iets ziet wat je wilt kopen, hoe lastig het is als je dan je eigen portemonnee niet bij hebt. Maar als je dan geld gebruikt wat niet van jou is om het voor te schieten, zorg er dan wel voor dat je het weer aanvult vanuit je eigen portemonnee zodra je thuiskomt. Zo krijg je geen problemen met anderen. Dat zou wat mij betreft een betere manier zijn om met jouw eigen geld om te gaan, denk je niet?” Ik krijg een knik terug. “Misschien moet ik in het vervolg eraan denken mijn eigen geld ook mee te nemen als ik ergens heenga. En als ik het toch vergeten ben zal ik volgende keer denken aan hoe ik het kan oplossen, in plaats van me druk maken over wat ik wil voorkomen.”

Ik kijk hem aan en merk dat een warm gevoel me bekruipt. Het is dat knuffelen uit den boze is. Ik mag het doen met een glimlach, die ik hem dan ook met alle liefde toewerp tezamen met de opmerking dat het fijn is te weten dat ik hem in de toekomst kan vertrouwen. “Was hij wel lekker?” vraag ik, terwijl ik me omdraai en wegloop uit de wasruimte. “De Twix? Oh mijn god, jij weet ook echt altijd alles…. Maar ehm, ja hoor. hij was heerlijk” krijg ik nog net toegeworpen op de drempel. En ik glimlach. Het was een goede gok :)

Wat doet hoogsensitiviteit in dit verhaal?
Stelen is verkeerd en leugens komen uit, dat is waarschijnlijk de boodschap die veel kinderen onthouden. Maar degenen die extra gevoelig zijn voor gevoelens, onthouden juist ook de lessen die ik die dag heb gepoogd mee te geven. Jonas heeft geleerd dat eerlijkheid het langste duurt. En, dat het aangaan van een ongemakkelijke situatie, niet om te confronteren maar om er samen uit te komen, uiteindelijk minder stress oplevert. Dat is een levensles die lang niet iedereen leert. Vele gevoelige kinderen en volwassenen leren om dit soort zaken te vermijden of te bevechten, het is namelijk zo ontzettend intens. Hierdoor worden ze onzeker en loopt de stress vaak hoog op, want wat zijn gevolgen van een dergelijke actie waarin je de confrontatie aangaat? We blijven niet altijd 14 jaar en tevreden met een Twix. Op een gegeven moment zijn er grotere belangen in het spel; een afstuderen, een huis, een baan een relatie.. allemaal zaken die de interne stormen kunnen laten oplaaien.

Wanneer je werkt met hoogsensitieve kinderen is het van belang je af te vragen wat je wilt dat ze impliciet van je leren. Er zitten namelijk allemaal extra kansen. Dat is wat ik met dit verhaal probeer te zeggen. In dit voorbeeld is duidelijk dat niet alleen Jonas, maar ook ik hoogsensitief ben. Mijn intuïtie aan het werk, ik heb onderbuikgevoelens maar kan er geen woorden aan geven. Ik voel dat iets anders nodig is dan confronteren, maar weet niet precies wat dat moet zijn totdat ik het doe. Als een rationeel ingestelde collega me had gevraagd te onderbouwen wat ik wilde gaan doen had ik het niet gekund. Ik had ruimte nodig om in de praktijk aan de slag te gaan met alle sensorische informatie die ik binnenkreeg, mijn onderbuik gevoelens serieus te nemen en mijn intuïtie te volgen die zocht naar een manier om terug in verbinding te komen. Dit was voor mij de enige manier waarop de kwestie niet enkel afgedaan maar ook tot leersituatie kon worden.

Hoogsensitieve kinderen en volwassenen hebben ruimte nodig in (bege)leiding. Ze hebben het nodig hun gevoel en beleving in een ervaring te kunnen volgen om deze tot een goed einde te brengen. Ze hebben het nodig oplossingsgericht en positief benaderd te worden en niet afgestraft te worden. Juist zij hebben het nodig gestimuleerd te worden op hun intuïtie, emoties en intense beleving. Want daar zit de volle potentie tot bewustwording en groei…

Xandra van Hooff

Xandra’s werk gaat over acceptatie en overvloed. In haar bedrijf GaveMensen geeft en deelt ze kennis uit de diepere verwerking als kern van hoogsensitiviteit en openheid voor ervaringen voortkomen uit overexcitabilities. Ze vertelt waargebeurde verhalen waarin kleine details worden uitvergroot en wijst je precies op de aspecten van je leven waar groei mogelijk is. Xandra vertrouwt erop dat altijd alles goed komt, zij houdt er niet van risico’s te nemen maar laat zich ook nooit tegenhouden door ‘ja, maar’ en ‘wat als’-gedachten om haar dromen te verwezenlijken. Deze can-do mentaliteit zien we terug in de opleidingen Moed om te Falen & Lef om te Stralen. Hierin leer je ruimte maken voor jouw ongetemde binnenkant zodat creativiteit, gekkigheid, speelsheid en de levenslust weer volop kan stromen! Xandra wijst je in haar jaartrajecten op de lessen die je in je leven hebt mogen leren, maar waar je de vruchten nog niet van hebt geplukt. Dankzij haar vergrootglas kun je dit nu integreren en echt eigen maken. Laat deze energie in je voordeel werken en neem je jouw stap met positiviteit en het vertrouwen in een gunstige afloop. Klik op het menu hierboven voor het aanbod.