Ik weet het nog precies, ondanks dat het ruim 15 jaar geleden is…

Het was tien over half tien. Op een donderdagmorgen. Ik stond een potje zielig te wezen in de opslagruimte achter het scheikunde lokaal. Ja, ik weet dat ik mezelf daar toe veroordeeld had. Maar ik vond het spannend. En het duurde lang. Het leek zelfs oneindig…

Ik ga even een stukje terug in de tijd. Een minuut of tien eerder bevond ik mij voor de 3VWO groep waar ik scheikunde aan gaf. Een klas waar ik met veel plezier voor stond terwijl ik hen wegwijs maakte in de beginselen der chemie. Maar een aantal leerlingen uit de klas waren daar minder blij mee zo voelde ik. Want tijdens mijn uitleg bekroop mij een vreemd gevoel.

Ik had hetzelfde verhaal verteld als ik bij de HAVO klassen deed. En waar zij smulden van mijn voorbeelden en verhalen, van kabouters tot kikkersloten, leek deze VWO klas er steeds minder van gediend te zijn. En nu leek mijn voorgevoel zo groot dat ik er niet meer omheen kon. Hoe meer ik als beginnend leerkracht ”mijn” manier van verhalend lesgeven ontdekte, hoe meer deze leerlingen er tegen in verzet kwamen en leken te vragen ‘vertel ons nou maar gewoon wat we moeten weten en doe niet zo moeilijk met al die onnozele verhalen eromheen’.

En dus had ik, mijn gevoel benoemend, hen verteld wat ik opving. En vroeg ik of het klopte wat ik voelde. Direct gingen er vingers omhoog en klonken er stemmen door elkaar heen. Jarno, Thijs, Marko en Sander riepen door elkaar heen. Onmogelijk voor mij om het te volgen. Ik wilde niet de stem van een duidelijk overheersende leerling duidelijker laten gelden, en al helemaal niet direct teruggeven ‘dat ik het wel begreep’ en zo (mogelijk) te snel weer over gaan naar de orde van de dag. Ik wilde begrijpen wat ze bedoelden. Waar ze van hielden, en waarvan niet. En wat ik daaraan kon doen. Want wanneer zij een prettige les hadden zouden ze immers het meeste van me leren.

Ik wist dat de klas gewend was om te overleggen met de klassenvertegenwoordiger en een manier hadden om in de groep verschillende meningen te verzamelen. En dus besloot ik mij terug te trekken. In de ruimte achter het lokaal te wachten totdat zij een aantal standpunten geformuleerd hadden waarover we het konden hebben. De inhoud ingaan, mijn intentie of gevoelens daarbuiten laten, als ware ik enkel een verlengstuk van hun onderwijsbehoefte. Alsof dat überhaupt mogelijk was…

Alleen in een donker hok

Want zo vond ik mezelf even later terug. Alleen in een donker hok dat ondanks het peertje dat zijn best deed de boel te verlichten toch wat somber en benauwend over kwam. Ik liep van links en rechts. Hoorde mijn voetstappen weerklinken tegen de muren. Erachter de stemmen van leerlingen die het duidelijk nog niet met elkaar eens waren. Ik bedacht me dat ik wel erg snel gezegd had dat ik me terug zou trekken. Had ik hier niet de regie in dienen te nemen? Ik was toch de docent?

Even deed ik een poging om enkele etiketten te lezen op materialen die er duidelijk al enkele jaren stonden. De letters waren vervaagd, uitgewist door de tijd. Steun zoekend bij mijn horloge, alsof ik de tijd sneller zou kunnen laten gaan wanneer ik naar de wijzers zou kijken, wachtte ik af. Een diepe zucht ontsnapte me.

En toen ging daar ineens de deur open. Zonlicht viel naar binnen en nam drie jonge leerlingen mee naar binnen. Twee anderen bleven, vanwege de kleine ruimte, op de drempel staan. ‘Wij vinden u wel een goede docent’, zei het meisje dat vooraan stond en ze keken me met hun grote ogen aan alsof ze me kracht en moed en heel veel liefde wilden schenken.

Ik had mijn hoofd nog licht gebogen maar tilde op dat moment mijn kin omhoog zodat ik hen aan kon kijken. Mijn ogen vulden zich met tranen. Ik haalde mijn neus op om mijn eerste lichamelijke reactie te verbergen. ‘Kom hier meiden’, zei ik, en ik nam ze allemaal tegelijkertijd in mijn armen.

Jullie weten dat ik graag vertel…

‘Ik vind het superlief dat jullie me dit komen vertellen. En het ontroert me vanwege het feit dat jullie dit doen. Het vertelt iets over de verbondenheid die we hebben. Maar dat neemt niet weg dat ik wellicht niet ook op een andere manier les kan geven. Een manier die beter bij een aantal klasgenoten past. Laten we samen praten over wat iedereen wil. En als jullie verhalen willen horen kun je ook altijd in de pauze bij me komen zitten. Jullie weten dat ik graag vertel…’

Voor me uit liepen ze de klas in en vrijwel automatisch liepen ze naar hun plek. Het liefst had ik gewild dat de zoemer ging. Het uur voorbij was. Ik naar buiten kon en mocht doen alsof er niets was gebeurd. Een kop koffie nuttigen met mijn collega’s en praten over het weekend wat er al weer aan zat te komen.

In werkelijkheid ging ik een les in waarin mijn maag meermalen samen kromp. Ik met alle macht die ik in me had mezelf mocht overhalen mijn leerlingen het vertrouwen te geven dat zij wisten wat de beste manier was waarop zij leerden. Ik mocht groepen leerlingen identificeren die korte instructie, verlengde instructie en verhalende instructie wilden ontvangen. En afspraken maken met de klas hoe zij mij konden helpen om de rust te bewaren zodat ik dit ook kon doen en me naast de inhoud niet ook nog met de ordebewaking bezig hoefde te houden.

‘We hadden niet verwacht dat u de ballen had om dit gesprek aan te gaan’

De minuten kropen voorbij, het vreemde gevoel in mijn onderbuik bleef. Maar tegelijkertijd ontstond er in mijn borst ruimte. De saamhorigheid en verantwoordelijkheid in de klas vervulden me met warmte en trots. En toen de bel ging en de leerlingen langzaam hun spullen inpakten en één voor één de deur uit gingen keek ik hen na en gaf af en toe een glimlach of een knikje wanneer er mijn kant op werd gekeken.

De klas had mijn vertrouwen gevraagd. ‘Laat ons je zeggen hoe we les willen hebben’, dat was hun boodschap. Maar ik had geen idee wat ik kon verwachten toen ik Jarno en Sander naar mijn lessenaar zag komen en uit de monden van deze stoere, opgeschoten knapen hoorde ‘Na die eeuwige verhalen van u hadden we niet gedacht dat u de ballen zou hebben om dit gesprek met ons aan te gaan. Dus we hebben besloten de meiden gelijk te geven: U bent best een toffe docent’.

Deze keer hield ik het niet tegen en met tranen in mijn ogen keek ik ze na terwijl ze om de hoek verdwenen. Een glimlach verscheen om mijn mond. Wat was het soms moeilijk om met jongeren te werken. Maar wat was ik blij dat ik dit mocht doen!

Xandra van Hooff

Xandra van Hooff is eigenaar en hoofdtrainer bij GaveMensen. Zij is uke-yogi, oppernerd, HSP queen en momenteel in opleiding tot de superheld Mega Mildheid. Wil jij een programma volgen? Kijk in de menu's voor de verschillende opties of stuur een mailtje voor meer informatie.