Van onderpresteren naar geleerde hulpeloosheid … en hoe krijg je het dan nog omgekeerd?

Ken je die kinderen met een torenhoog IQ, die op school zelfs onder het gemiddelde presteren? Die geen taak aanpakken zonder hulp van de juf? Kinderen die zich afhankelijk en passief opstellen? En als ze dan hulp krijgen of een coachingstraject ingaan nog verder gaan leunen op steun? Die vragen stellen waar je broek van afzakt, zo stompzinnig gevraagd naar de bekende weg?

Maar zo waren ze niet geboren! Vraag je door naar de beginjaren, dan hoor je een verhaal over tomeloze energie en leergierigheid. Vragen stellend van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Ware sponzen. Vanaf tweejarige leeftijd dagelijks vragen, wanneer ze nu eindelijk naar school mogen. Op driejarige leeftijd rustig een lezing van anderhalf uur aandachtig kunnen volgen. Op vierjarige leeftijd het gros van de musea al gezien hebbend door ouders, die probeerden de leerhonger te stillen om zo de energie wat te kunnen temperen.

Wat is er dan gebeurd? Hoe kan een energiek en leergierig kind veranderen in een passief, afhankelijk kind, dat nergens meer aan begint zonder hulp? De term heet ‘geleerde hulpeloosheid’ en werd geïntroduceerd door Seligman, Amerikaans psycholoog en bekend van de positieve psychologie.

Geleerde hulpeloosheid
Seligman voerde een experiment (1967) uit met jonge honden in een hok. Ethische commissies waren nog niet aanwezig. De honden in het hok kregen elektrische schokken toegediend. Wat de honden ook deden, ze konden de schokken niet ontwijken of beëindigen. Uiteindelijk gaven de honden op en doorstonden moedeloos de schokken. Na een tijd werd de situatie veranderd. De honden kregen weer elektrische schokken, maar dit keer konden ze, door naar de andere kant van het hok te lopen, de schokken ontwijken. Echter, de honden bleven apathische liggen en ondergingen de schokken. Ze leerden dus niet dat naar de andere kant lopen zou helpen te ontsnappen aan de schokken. Later, na het experiment en buiten het hok, konden deze honden geen agressieve of defensieve responsen geven naar andere honden in bijvoorbeeld de competitie om voedsel.

Alle aangeboren en voorheen aangeleerde acties van de honden om voor zichzelf op te komen hadden gefaald. Ze hadden een negatief verband geleerd tussen situatie-gedrag-doel. Alle pogingen om iets aan een situatie te doen waren uitgedoofd. Deze uitdoving generaliseerde niet alleen naar overeenkomstige situaties, maar ook naar hele andere situaties, waarin actief ingrijpen met succes beloond had kunnen worden. Deze brede passiviteit, door ervaringen met een totaal gebrek aan grip, noemt Seligman ‘geleerde hulpeloosheid’. Geleerde machteloosheid is wellicht een duidelijkere term.

Van je niet gezien voelen..
Kinderen, die op school niet gezien worden voor wie ze zijn, zich gaan aanpassen aan de groep, zijn vergelijkbaar met deze honden. Veel hoogbegaafde kleuters hebben binnen een week op school door, dat ze niet leren lezen of rekenen of informatie krijgen, die past bij hun breed ontwikkeld wereldbeeld. Maar ook dat dat niet gepast is. Opmerkingen als ‘lezen leren we in groep 3’ van een juf of ‘dat bestaat niet of je liegt’ door kinderen, die nog nooit gehoord hebben van ‘farao’s’, ‘carnivoren onder de dinosauriërs’ of ‘zwarte gaten’ maken, dat de hoogbegaafde kleuters een duidelijke boodschap krijgen: ‘jij klopt niet’ en ‘je hoort te doen wat wij hier doen’.

Hoogsensitief zijn is je ‘anders’ voelen, ‘out-of-the-box’-denken, veel vragen hebben en gevoeliger reageren. Het hoeven niet eens negatieve reacties te zijn om een gevoel van afwijzing te krijgen. Het geven van een origineel antwoord kan al een lach of verbazing teweegbrengen bij de ander. Een hoogsensitief kind pikt elk signaal op en als het weinig zelfvertrouwen heeft, dan is een lach ‘uitlachen’ en verbazing een ‘niet goed’-oordeel. Gevolg: meer clownesk gedrag, soms het letterlijk kopiëren van het gedrag van een klasgenootje, weer krastekeningen gaan maken of net doen alsof je niet kan lezen en rekenen. Alles wordt uit de kast getrokken om erbij te horen en goed genoeg bevonden te worden.

.. naar jezelf kwijtraken
Hoe langer een kind zich aanpast, hoe verder het kind afraakt van zijn authentieke zelf. Vaak start het onderpresteren op school en laat het kind thuis heel ander gedrag zien, maar als de verschillen te lang duren, zal ook thuis de activiteit en leergierigheid uitdoven. Vervolgens start er een negatieve spiraal. Als een kind lange tijd geen leerervaringen opdoet, dan raakt het ongemotiveerd en passief. Hierdoor ervaart het nog minder nieuwe leerervaringen. Ook de kans op nieuwe bekrachtiging van buitenaf daalt. Hier komen we bij de ‘eerst zien dan geloven’-situaties. Het kind presteert slecht op school en niks helpt. Het geloof dat dit kind een enorme intelligentie en grote cognitieve capaciteiten heeft daalt. Uitslagen van een IQ-test worden nog regelmatig niet erkend of terzijde geschoven, omdat in de praktijk geen resultaat gezien wordt. Het kind heeft heus door, dat hij niet zichzelf mag zijn en ervaart geen greep op de situatie. Maar met zijn passiviteit ontstaat geen stabiele situatie. De wereld gaat door en negatieve gebeurtenissen blijven voorkomen. Nu daar geen positieve acties en handelingen tegenover staan, treedt er dus een verslechtering op. Daarnaast kan het kind ook gemak ondervinden op korte termijn van het onderpresteren: het hoeft geen inspanning te leveren, misschien krijgt het wel extra aandacht van de juf of thuis, het voelt zich veilig in de comfortzone. Reden te meer om passief te blijven. Het kan voor de omgeving aanvoelen als trekken aan een dood paard.

Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Het kind stopt thuis bijvoorbeeld met lezen, want het heeft geleerd dat dat nog niet mag. Verveling slaat om in frustraties afreageren thuis. Het bekende korte lontje, de woede-aanvallen, klier- en hanggedrag. Veel meisjes, die onderpresteren op school en zich keurig netjes aanpassen, zodat de juf denkt dat het prima gaat, laten thuis hun drakenkant zien. Jongens worden vaak de clown van de klas, want als kinderen om je lachen dan vinden ze je leuk en ben je dus ok. Dat is wat kinderen willen: ok gevonden worden. Hoogbegaafde kleuters met depressieverschijnselen zijn helaas geen uitzondering. Lichamelijke klachten als overgeven, buik- en hoofdpijn worden regelmaat. Hoe vroeger het kind greepverlies heeft ervaren, soms al op de peuterspeelzaal, hoe hardnekkiger de geleerde hulpeloosheid. Dit komt simpelweg, omdat een heel jong kind de generalisatie van de negatieve verbanden niet kan compenseren met vele, eerdere positief bekrachtigde acties. Het zal dus ook jaren tijd kosten om geleerde hulpeloosheid om te keren. Hulpeloosheid ontstaat niet enkel door negatieve gebeurtenissen, maar ook door het ontbreken van positieve leerervaringen.

Vertrouwen opbouwen in kleine stapjes
Het zal dus veel geduld vragen van de omgeving, vertrouwen blijven houden en uitdragen naar het kind, kleine stapjes buiten de comfortzone begeleiden. Te grote stappen en het kind paniekt en klapt dicht, te kleine stappen en het kind leert niet. Vraagt het kind wel makkelijk om hulp, dan kan het gewend raken aan het steunen en afhankelijk worden van steun. Het kind verantwoordelijkheid en autonomie geven, het eigenaar maken van zijn leerproces, moet deel zijn van de weg naar verbetering. Afspraken maken en deze nakomen, moeten het vertrouwen van het kind laten groeien. Alleen door vele succeservaringen gaat het kind uiteindelijk beseffen, dat het invloed heeft op zijn situatie. Oorzaak-gevolg leren van inzet en beloning, voor jezelf opkomen en een betere positie, jezelf laten zien en gezien worden om wie je bent.

Marjolein van Dongen - Verheul

Marjolein van Dongen – Verheul (1973) woont in IJsselstein met man en kinderen. Zij is Master of Science in Information Systems Development en heeft jaren in de IT gewerkt. Marjolein is hoogbegaafd en hoogsensitief. Met de komst van de kinderen startte de ontdekkingstocht naar hoogbegaafdheid. Het afgelopen jaar heeft ze bij Xandra van Hooff geleerd om te gaan met haar hoogsensitiviteit. Ze studeert voor Psycho Sociaal Counselor. Haar missie is hoogsensitieve mensen die overleven te helpen naar een leven vanuit eigen kracht. Dit vanuit echtheid, kwetsbaarheid en daarmee veilige verbindingen.