Het onderwerp hield Mirjam Bogerd al een tijdje bezig… haar eigen struggle met de ochtendroutine. Naar aanleiding van de vraag ‘wie herkent het meer moeite te hebben in het begeleiden van je eigen kinderen dan andermans kinderen en/of volwassenen?’ in de Facebookgroep ‘HSP coaches en begeleiders‘ en een gesprek dat zij eerder al had in het kader van haar opleiding, schreef ze een blog over de manier waarop we naar situaties en onszelf kijken, specifiek naar die momenten dat we overprikkeld raken.

Managing me

Het is ongeveer een jaar geleden. Een donderdagochtend. Of een maandag. Dinsdag zou ook prima gekund hebben, want eigenlijk is het elke doordeweekse ochtend. Het is kwart over 8, de kinderen zijn naar school gebracht door mijn man en ik bekijk de schade van de ochtend.

Er zijn twee momenten in de dag die ik lastig vind: de ochtendroutine en de tijd van net voor het avondeten totdat de kinderen in bed liggen. Ik ben moe, de kinderen hebben me regelmatig nodig, ze zijn overigens ook té traag in alles wat ik van ze vraag, ik moet álles alleen doen, honderd keer herhalen dat ze moeten aankleden en hun eten opeten en tegen de tijd dat de kinderen naar school zijn of in bed liggen, ben ik OP. KLAAR. En bloedchagrijnig.

Ik weet inmiddels dat het te maken heeft met hoogsensitiviteit. Dat de prikkels van de ochtend en de hele dag uiteindelijk gewoon een keer te veel worden en ik dan dus tijd mag nemen voor mezelf om te ontprikkelen. Dus. Sinds ongeveer een jaar heb ik na een drukke ochtend of avond een bewust moment voor mezelf. Koffietje erbij, rustig doorademen, niet gelijk doorrennen naar wat er dan ook nog zou moeten gebeuren, alle klaag-achtige gedachten die ik heb laat ik zo mindful mógelijk voorbijgaan en als ik dan na een poosje tot rust gekomen ben, kan ik de dag weer een stuk beter aan. ’s Avonds hetzelfde. Het helpt me om te weten dat er een moment voor mezelf aankomt, dat ik weet wat me dan kan helpen om weer tot rust te komen.

Toch is dit niet het hele verhaal. Als ik enkel door mijn hoogsensitiviteit niet kan dealen met een ochtendroutine of met mijn eigen kinderen als ze onrustig en lastig zijn, dan is dat best een trieste conclusie. Een conclusie die me slachtoffer maakt van een eigenschap die we zo vaak ‘een kracht’ proberen te maken, maar vervolgens vooral de overprikkeling benoemen. Hoe fijn het ook is om te weten hoe ik weer terugkom uít overprikkeling, ik wilde weten of ik het vóór kan zijn.

Ik begon mijn ochtendroutine eens eerlijk onder de loep te nemen en deed een paar waardevolle ontdekkingen. Als hoogsensitief kind was ik vroeger al gevoelig voor de onrust van de ochtend. Het was druk in ons gezin en het ging er ongeveer hetzelfde aan toe als hoe ik me nu voel. Haast, opschieten, ochtendhumeurtjes. Nu ik zelf moeder ben, wil ik dat niet meer. Ik wil een ontspannen ochtendroutine wat betekent dat ik heel veel dingen vóór mijn kinderen doe. Ik zet ze voor de tv omdat ik dan gewoon de rust heb om mijn eigen ding te doen. Ik neem de kleding voor de kinderen mee naar beneden, breng ze hun eten op een bordje om te eten en ben over het algemeen heel lief en zacht voor ze. Maar van binnen kookt het na een tijdje over. Blijkbaar gaat mijn ideaal van een gezellige ochtendroutine ten koste van mezelf. Ik realiseerde me dat ik zo graag een conflictloze ochtend wil, dat ik stiekem een ideaalbeeld heb van een warme, zachte, glooiende ochtendroutine waar mijn kinderen schoon en netjes in een gloed van moederliefde naar school gaan. Best onhaalbaar dus.

Daar heb ik langzaamaan verandering in aangebracht. Die veranderingen gaven weerstand. Zowel bij mijn kinderen als bij mezelf. Maar uiteindelijk gaf het meer rust. De kinderen weten wat er van ze verwacht wordt, dat de schermpjes uitgaan als ik aangeef dat het tijd is, ze weten wat ze zelf moeten doen. Ik heb daardoor minder te doen en meer rust. Ook heb ik mijn kinderen uitgelegd dat het gevoel van haast inderdaad heel vervelend is, maar dat ik beloof ze op tijd een seintje te geven als het tijd is om tanden te poetsen en dat als ze dat dan ook gaan doen, ze tijd genoeg hebben. Ik heb mezelf toestemming gegeven om af en toe uit mijn slof te schieten en dat scheelt al een hoop. Ik heb mezelf moeten opvoeden, omdat als ík mijn bed niet iets eerder uit kan komen, het logisch is dat ik tijd te kort kom en dat dat niet aan mijn kinderen ligt. Al met al heb ik mijn overtuiging veranderd van: ‘ik ben hoogsensitief, gevoelig voor prikkels en dus trek ik het niet’, naar ‘ik ben hoogsensitief, gevoelig voor prikkels en dus moet ik mezelf managen om het te redden.’

Hetzelfde heb ik gedaan bij het thuiskomen uit school. Vanwege een lichamelijke beperking kost fietsen me een hoop. Dus zeker als ik naar school ben gefietst, afspraakjes heb geregeld en weer terug ben gefietst in de kou, ben ik zwaar overprikkeld. Mijn kinderen zijn eveneens overprikkeld na een dag school en zeker niet de gezelligste. Ook daar hebben we over gepraat en een routine gemaakt die soms nog wat frictie veroorzaakt, maar steeds meer ingesleten raakt.

Ik ben afgestapt van het idee dat een goede moeder als de kinderen uit school komen wat met ze gaat drinken, iets lekkers erbij eet en dat de kinderen dan gaan spelen en de tv pas aangaat om 17u. In plaats daarvan komen we thuis, zetten de kinderen de tv aan voor een half uur. Ze pakken zelf drinken of ik schenk wat voor ze in, ze mogen een snoepje pakken. Daarna vertrek ik voor een half uur naar boven om op mijn bed uit te rusten van het fysiek inspannende fietsen. In dat halve uurtje komen mijn kinderen voor de tv tot rust zodat we na dat halve uur kijken hoe de rest van de middag eruit gaat zien. Scheelt bakken met stress!

Waar het in deze situaties over gaat, is wat de psycholoog Rotter in 1954 de term ‘locus of control’ ging noemen. Het gaat over de mate waarin je controle ervaart over je leven. Als je een interne locus of control hebt, betekent dat dat je veel controle over je leven ervaart. Wanneer dingen goed of minder goed gaan, zie je jezelf daar als oorzaak van. Mensen met een overwegend interne locus of control zijn minder kwetsbaar en hebben een hogere kwaliteit van leven, omdat ze keuzemogelijkheden ervaren. Als je een externe locus of control hebt, heb je het gevoel dat dingen je overkomen.  Anderen of situaties zijn de oorzaak van succes of falen. Wanneer je deze twee patronen te ver doorvoert, zijn ze beiden problematisch. Jezelf de schuld geven van alles, maakt je zelfbeeld erg negatief. De schuld altijd buiten jezelf leggen, maakt je machteloos. Hoe je je leven ervaart, met een interne of externe locus of control, kan verschillen per levensgebied. Je kunt je in je werk in hoge mate in controle voelen, terwijl je je thuis overgeleverd voelt aan de stress en gebeurtenissen die je overkomen. Op deze manier kijken naar je eigen situatie kan je helpen om te zien waar je zelf invloed hebt en waar niet.

De attributie-theorie van Heider (en later anderen) is in deze ook verhelderend. Het gaat er ook hierin om waar je je succes of falen aan toeschrijft. Aan interne factoren en krachten of aan externe factoren en situaties. Verder gedacht kun je de oorzaak van een gebeurtenis toeschrijven aan een globale oorzaak of een specifieke oorzaak. Om bij het voorbeeld van mijn ochtendroutine te blijven kan ik tegen mezelf zeggen: ‘ik krijg stress van de ochtend’. Daarmee heb ik het globaal gemaakt. Ik zou ook tegen mezelf kunnen zeggen: ‘ik krijg stress als ik s ochtends te veel tegelijk doe’. Dan heb ik het specifieker gemaakt en daarmee behapbaarder.

Daarnaast kun je onderscheid maken tussen stabiele en niet-stabiele factoren waar je gebeurtenissen aan toeschrijft. Over mijn middag kan ik zeggen: ‘als de kinderen uit school komen, zijn ze me altijd teveel’. Dan heb ik een stabiele uitleg gegeven aan mijn probleem. Er is weinig ruimte om er iets aan te veranderen. Als ik echter over mijn middag zeg: ‘als ik in de kou heb gefietst, zijn de kinderen het eerste half uur eigenlijk teveel’, dan is het niet alleen specifiek, maar ook tijdelijk (niet-stabiel). Na een half uur is het wel weer over.

Verschillen in de manier waarop we denken over onszelf en de situaties waar we tegenaan lopen, maken onze emoties en gedrag anders. Het kan het verschil maken tussen hulpeloosheid en enkel zoeken naar hulpbronnen van buitenaf of geloof in verandermogelijkheden en het zoeken naar oplossingen in je eigen gedrag. We voelen allemaal aan dat we die laatste prefereren boven de eerste. En het ligt op de loer om onszelf op de kop te gaan geven als we ontdekken dat we in de hulpeloosheid zitten. Met gedachten als: ik ben niet goed genoeg. Ik leer dit nooit. Ik ben nou eenmaal een prikkelgevoelige stresskip. Dat is het moment dat je opnieuw op het niveau van attributies mag gaan denken. Specifieke oorzaken maken je mild, optimistisch en wellicht wat humoristischer 😊.

Natuurlijk ben ik nog steeds overprikkeld. Soms door dingen buitenshuis, soms door dingen binnenshuis en minstens zo vaak door mijn eigen overtuigingen en gedachten. Ik schiet nog steeds uit mijn slof. Ik maak nog steeds dankbaar gebruik van alle dingen die ik heb geleerd om weer te kalmeren en tot rust te komen. Maar ik kijk ook dieper naar de oorzaken van de overprikkeling, probeer soms de moeilijke keuzes te maken en eerlijk te zijn over mezelf. Zodat ik uiteindelijk minder vaak overprikkeld raak en nog veel belangrijker: meer ontspannen in het leven sta.

 

 

Xandra van Hooff

Xandra van Hooff is eigenaar en hoofdtrainer bij GaveMensen. Zij laat professionals tijdens haar opleidingen en masterclasses zo hard de verdieping in schieten dat ze er vervuld, verzadigd en volkomen gelukkig aan het einde weer uit stuiteren.