We hebben net geloot in de klas. De vissen mogen elke vakantie ergens anders logeren. Als je dan gaat loten, is de kans op teleurstelling natuurlijk aanwezig. Elke naderende vakantie zie ik als juf de hunkering in Pleuns ogen. Wat zou ze dat fijn vinden, als die vissen bij haar mogen, een hele vakantie lang. En stiekem gun ik het haar, zou ik het het liefst vals spelen om haar te laten winnen.

Maar het leven is niet alleen maar overwinningen en gloriemomenten. Omgaan met teleurstelling, schaamte, angst, boosheid en alle andere schurende ongemakkelijke gevoelens, die horen er ook bij. En die mogen voelen is ook een recht…..

Het perspectief van Pleun; één van die creatieve, gevoelige kinderen die opvalt in de klas:

Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en voel dat mijn lip begint te trillen. Ik hou mijn adem in, want ik voel de tranen branden. Ik hoop maar dat mijn ogen niet overstromen, voorzichtig probeer ik te knipperen, hopend dat ze wegtrekken.

Ik voel mijn linkeroog overlopen en de eerste traan rollen. Dat maakt het nog erger. In mijn buik raast een orkaan, ik voel de warmte omhoog trekken naar mijn hoofd. Terwijl mijn wangen rood kleuren, zie ik dat Tim, die naast mij zit, geschrokken kijkt.

In een reflex wend ik ruw mijn blik af, waarbij ik per ongeluk met mijn voet tegen de tafel trap. Dat maakt geluid. Ik kijk de klas rond. Meerdere kinderen kijken nu mijn kant op. De tranen knallen inmiddels uit mijn ogen, stromen als beekjes langs mijn wangen. Dan hou ik het niet meer vol en roep: “Kijk niet allemaal naar me en laat me met rust!”

Ik moet hier weg, weg van al die blikken. Ik gooi mijn stoel naar achteren en ren de klas uit. De deur gooi ik extra hard dicht. Op de gang kruip ik onder de tafel en maak mezelf klein. Met opgetrokken knieën en mijn hoofd gebogen, zit ik daar, terwijl ik huil.

De gedachten razen door mijn hoofd: “Het is niet eerlijk. Ik win nooit met loten, de juf speelt vals! Ík had die vissen mee mogen nemen deze vakantie. Melanie kan er nooit goed voor zorgen. Wedden!”

Overweldigd door emoties

Hoogsensitieve kinderen kunnen overweldigd raken door hun emoties. Ze zo heftig voelen, dat het ze overneemt. Dat kan zich op twee manieren uiten. Er zijn kinderen die die emoties binnen houden, die ze internaliseren, waardoor we die emoties nooit zoveel zien. Die zijn vaak juist wat stil, stoppen hun emoties weg en komen dan soms thuis tot ontploffing. Of niet.

De externaliserende kinderen, die op school, of waar dan ook ontploffen, heftig boos of verdrietig worden, worden vaak betiteld als moeilijk, emotioneel jong of gedragsmatig niet te sturen. Maar is dat wel zo?

Al eerder schreef ik over de diepere verwerking van prikkels, die kenmerkend is voor hoogsensitiviteit.  Als je je kunt voorstellen dat je ergens naar hunkert, iets héél graag wilt, dan kun je je ook voorstellen dat de teleurstelling die je dan voelt heel groot kan zijn. Waarschijnlijk was het plaatje in Pleuns hoofd daarover al klaar, creatief en ver doordenkend als haar brein werkt: Had ze met haar moeder al afgesproken waar in huis de vissen zouden komen te staan, voelde ze de trots van het mogen zorgen voor zoiets belangrijks alvast, verheugde ze zich erop dat ze ze elke dag mocht voeren en dat ze thuis iedereen kon leren hoe je voor vissen zorgt.

Het ‘plaatje in je hoofd’ dat ineens niet meer klopt..

En toen ging het dus niet door. Dat plaatje in haar hoofd. En stond haar wereld even op zijn kop. Misschien dacht ze wel: ‘Wat stom, dat ik alles al klaar had in mijn hoofd. Het gaat niet door, stom van mij. Iedereen zag dat ik moest huilen en daarna keken ze ook nog allemaal. Ze vinden me raar en niemand vindt me nog leuk.’

Dit zijn intense gedachten en gevoelens die schaamte opwekken. En schaamte werkt verlammend, zorgt dat je niet meer kunt denken. Het laat je vluchten, vechten of bevriezen. Bij Pleun werden deze drie in razend tempo afgewisseld.

Het perspectief van juf Linda:

Met samengeknepen ogen, een trillende lip en opgetrokken schouders, kijkt ze schichtig en boos haast ongemerkt de klas rond. Haar wangen kleuren rood terwijl ze huilend uitroept: “Kijk niet allemaal naar me!” Met een klap gooit ze haar stoel naar achteren en rent de klas uit. De deur valt knallend in het slot, terwijl ze op de gang een duik onder de tafel neemt.  

Geschrokken kijken de andere kinderen haar na. Ik besluit op dit moment er niet op te reageren, haar even onder die tafel op de gang te laten.

“Boos worden kan gebeuren, maar met een stoel gooien vind ik gevaarlijk.” zeg ik tegen de andere kinderen. “Als Pleun straks gekalmeerd is, zal ik dat met haar bespreken.”

Ik probeer ongestoord door te lezen in het voorleesboek en gun Pleun haar afkoelmoment, terwijl ik ondertussen bedenk hoe ik hier straks op ga reageren. Een manier waarbij ik haar gevoel niet afkeur, maar het gooien met de stoel wél bespreek. 

Gaat het daar niet om bij hoogsensitieve kinderen? Dat ze voelen dat we hen zelf, met alle emoties die ze ervaren, nooit afkeuren? Ze maken het zichzelf al vaak zo lastig. Laten we er niet nog een schepje bovenop gooien.

Linda Wessels

Linda Wessels (1979) woont en werkt in Limburg. Ze is naast trainee en mede-ontwikkelaar bij GaveMensen, leerkracht in het basisonderwijs. Haar hart ligt bij onderwijs en het faciliteiten van een zo passend mogelijk aanbod voor hoogbegaafde en hoogsensitieve leerlingen. Ze heeft haar Master SEN cum laude afgerond, is bekend met plusklassen en HB-beleid en specialiseert zich momenteel tot HSP-expert.