Met haar knuffel tegen haar linkerwang, leest Pien fluisterend voor zichzelf de tekst voor, terwijl ze ondertussen met een gespannen lijf voorovergebogen aan haar tafeltje zit. Ik volg haar behoedzaam. Niet te opzichtig, dat heeft ze zo door. Ze zit dicht bij me in de buurt, omdat dat voor haar veilig voelt. Even ontmoeten onze blikken elkaar; met een geconcentreerd snoetje kijkt ze over haar bril mijn kant op. Ik glimlach ontspannen, geef een knipoog en een bemoedigend knikje. Haar blik opent zich, ze glimlacht terug, slaakt een diepe zucht en buigt zich zichtbaar meer ontspannen weer fanatiek op haar werk.

Een half jaar geleden, verbaasden Piens CITO-resultaten mij. Een sensitief en sociaal meisje, dat normaal gesproken ruim voldoende tot goed scoort, scoorde nu veel lager dan verwacht. Via moeder hoorde ik dat ze piekerde, slecht sliep van de toetsen, zich zorgen maakte. Ondanks dat ik voorbereidende activiteiten ondernomen had, was de spanning haar blijkbaar teveel geworden.

Hoogsensitieve kinderen laten vaak niet zien wat ze kunnen op een toets. Waardoor komt dat?
Hoogsensitieve kinderen hebben vaak andere of wat extra onderwijsbehoeften dan andere kinderen. Wat betreft toetsen, geldt dit ook zeker zo. Deze blog is niet bedoeld als discussie over het wel of niet toetsen. De realiteit is dat ze er op veel scholen gewoon zijn, CITO toetsen of andere meetinstrumenten. Als je ze dan toch af moet nemen, kun je maar het best ervoor zorgen dat alle kinderen zich veilig genoeg voelen om te kunnen laten zien wat hun ontwikkeling in de afgelopen periode is. Dat je zelf ook iets aan de resultaten hebt, dat je meet wat je wil meten: groei ten opzichte van jezelf een half jaar eerder. Dat je resultaten weerspiegelen waar je het afgelopen half jaar aan gewerkt hebt. 15-20% van de kinderen in je klas is hoogsensitief. De inzichten in hun manier van denken, kunnen je helpen deze kinderen ook te laten zien wat ze kunnen op een toets. Wellicht doe je ze al. Op gevoel, of omdat je zelf ook op deze manier leert. Of gewoon omdat je zo’n supertoffe leerkracht bent die graag dingen leert en durft uit te proberen.

Hoogsensitivieve kinderen hebben een langere wenperiode, als ze in nieuwe situaties geplaatst worden.
Je herkent ze vast. De kinderen in je klas die afwachten, eerst observeren, voordat ze meedoen aan een nieuw spel in de gymles. Of die weerstand bieden en weigeren mee te doen, maar die 5 minuten later plots al huppelend toch mee doen, alsof er eerder niks aan de hand was. De kinderen die paniekerig kunnen raken bij nieuwe leerstof, voor jou onbegrijpelijk, want inzichtelijk weet je dat dit kind het aankan. Na enige gewenning gaat het weer als vanzelf. Of je ziet weerstand tegen nieuwe leerstof, kinderen die niet mee willen doen met instructie, maar die je toch met een schuin oog stiekem mee ziet doen, waarna het weer ok is.

Al in 1993 deed de Amerikaanse evolutionaire bioloog David Sloan Wilson onderzoek met vissen, waarbij hij aantoonde, dat er een onderscheid gemaakt kan worden tussen ‘verlegen’ en ‘stoutmoedige’ vissen. De ‘verlegen’ vissen, zo’n 15-20% van de onderzoeksgroep, vertoonden gedrag dat op hoogsensitiviteit lijkt. Ze waren het ‘kat uit de boom kijkende’ type: zwommen in hun nieuwe leefplek langer veilig op dezelfde plek, schrokken van geluiden of bewegingen en durfden daardoor minder vlug alles te onderzoeken. Na 30 dagen bleek echter, dat deze vissen, eenmaal gewend aan hun nieuwe omgeving, zich net zo goed als een vis in het water voelden in de nieuwe omgeving, als de andere vissen. Inmiddels is er vergelijkbaar onderzoek gedaan bij meer dan 100 andere diersoorten, waarbij een vergelijkbaar percentage met deze eigenschap gezien wordt. Hiermee wordt aangetoond, dat de wentijd van hoogsensitieve diersoorten (en dus ook mensen), langer is, maar dat het gedragspatroon van afwachten en spanning afneemt, naarmate de gewenning toeneemt.

De kinderen die zich afvragen wat er nu eigenlijk bedóeld wordt met een instructie.
Neem nu eens een voorbeeld als “Zet van groot naar klein”, met daarbij een aantal woorden waaronder kabouter en reus. Bedoelen ze dan dat het woord ‘reus’ een korter woord dan ‘kabouter’ is, of gaat het om de betekenis van het woord en is ‘reus’ dan groter dan ‘kabouter’? Verwarrend hoor, als je vragen van meerdere kanten kunt bekijken! Meerkeuzevragen worden door hun creatieve brein en divergente denken vaak zo anders benaderd, dat elk antwoord wel het juist zou kunnen zijn en ze oprecht niet weten wat het juiste antwoord is.

Hoogsensitiviteit kenmerkt zich met name door een diepere verwerking van interne en externe prikkels.
De thalamus in de hersenen, kun je zien als een soort poortwachter. De thalamus filtert welke prikkels er wel en niet binnen komen en waar we wel en niet op reageren. Bij hoogsensitieve mensen laat de thalamus meer prikkels binnen dan bij andere mensen. Hierdoor wordt het brein op weer veel andere gebieden sterk ‘aangevuurd’ en ontstaat de diepere verwerking. Hierdoor zijn hoogsensitieve mensen creatiever in het bedenken van oplossingen en in associëren. Dit divergent denken heeft veel voordelen als je dingen mag creëren en gevraagd wordt zelf iets te bedenken. Maar als je zoveel oplossingsmogelijkheden weet te bedenken, is het logisch dat je bij meerkeuzevragen elke vraag als mogelijk juist antwoord kunt zien. Of ze juist allevier als net niet helemaal juist ziet!

Als leerkracht zijn er op basis van bovenstaande inzichten een aantal randvoorwaarden die je kunt scheppen, om het toetsen op zo’n wijze te laten verlopen, dat het welbevinden van kinderen zo optimaal mogelijk is en daadwerkelijk kunnen laten zien wat hun didactische groei over de afgelopen periode is.

Tips voor een veilige toetsomgeving:

Tip 1: Creeër een ontspannen en veilige sfeer.
Om tot leren te komen en een goede prestatie te kunnen laten zien, is ‘veiligheid’ voor hoogsensitieve kinderen onontbeerlijk. Het is daarom belangrijk om aan de relatie te werken en te zorgen voor een positieve sfeer. Maar er is meer mogelijk als leerkracht. Laat de toets daarom enkel afnemen door een vertrouwde leerkracht. Een vervanger, of een vrijwilliger die kinderen toets, is voor hoogsensitieve kinderen niet de veilige sfeer die ze nodig hebben om te kunnen laten zien wat ze kunnen. Het lijkt misschien basaal, maar het komt nog vaak genoeg voor dat kinderen op een kamertje in school waar ze verder nooit komen, binnen 3 minuten 3 kaarten woordjes moeten lezen, hardop, bij iemand die ze niet of nauwelijks kennen.

Tip 2: Bespreek het doel van toetsen
Als je niet weet waarvoor je iets doet, zal er nooit sprake zijn van intrinsieke motivatie, doe je het altijd voor een ander, of je doet het niet. Hoogsensitieve kinderen zien alles in een groter perspectief en hebben veel ‘waarom’-vragen. Vragen waarom iets belangrijk is om te leren, wat het ze zou kunnen opleveren, met vervolgens de vraag of het de moeite waard is om je voor in te spannen. Het maken van standaardtesten, waar hoogsensitieve kinderen het nut niet van inzien, waar ze een boel ‘waarom’-vagen over hebben, kunnen ervoor zorgen dat ze niet intrinsiek gemotiveerd zijn en daardoor niet hun best (kunnen) doen.

Tip 3: Wees je bewust van jouw invloed op de intrinsieke motivatie van een leerling
Banting, Dimmock en Grove deden in 2011 onderzoek naar intrinsieke motivatie middels een fietstaak. De ene groep kreeg tijdens het fietsen de taak om zinnen grammaticaal te verbeteren met termen als ‘vrijwillig’ en ‘keuze’. De andere groep kreeg tijdens het fietsen de taak om zinnen te verbeteren met termen als ‘moeten’ en ‘druk’. De groep die zinnen met woorden als ‘vrijwillig’ en ‘keuze’ kregen, zetten langer door wat betreft tijdsduur. Verder voelden ze het fietsen als een minder zware belasting als de andere groep en waren ze meer intrinsiek gemotiveerd om een volgende keer nogmaals te gaan fietsen. Hiermee wordt aangetoond dat intrinsieke motivatie extern gemotiveerd kan worden door de woordkeuze in je instructie en feedback als leerkracht. Het bieden van autonomiebevrediging, kan simpelweg bereikt worden door het afwegen van je woorden, door positief te benaderen, ruimte te bieden, vertrouwen en positieve verwachtingen uit te spreken en het kind serieus te nemen in wat het voelt en vindt.

Tip 4: Maak de kinderen vertrouwd met de toetsen en de werking van meerkeuzevragen.
Je kunt kinderen vertrouwd maken met toetsen, door soortgelijke vragen of oude toetsen aan te bieden en samen door te lopen. Wetende dat hoogsensitieve kinderen meer tijd nodig hebben voordat ze zich vertrouwd voelen, weet je ook dat enkel de voorbeeldopgaven 5 minuten voor start van de echte toets niet voldoende zal zijn.
Het is voor kinderen ook heel verhelderend als je ze uitlegt hoe meerkeuzevragen werken: er is namelijk meestal 1 onzinantwoord, twee antwoorden die bijna goed zijn en 1 antwoord dat het beste is. Oefen dit samen, laat ze tot hilariteit van iedereen de onzinantwoorden eens opzoeken. Werk zo toe naar de bijna goede oplossingen en het beste antwoord.

Tip 5: Leg het verschil tussen divergent en convergent denken uit.
Bespreek in de groep dat deze toetsen uitgaan van maar 1 oplossingsmogelijkheid. Dat je brein er vaak veel meer fantastische dingen bij kan bedenken, maar dat dat niet is waarmee je scoort op deze toets. Dat je echt uit moet gaan van de vraag die gesteld wordt, zonder te verbinden met wat je zelf er nog meer over weet. Het is verwarrend en frustrerend dat er maar 1 manier van iets oplossen en/of benaderen mag, terwijl je zelf steeds meerdere mogelijkheden kunt bedenken. Vertel hen dat het logisch is dat ze een brein hebben dat – door het zien van keuzemogelijkheden, ook deze mogelijkheden willen benutten – maar dat deze toets er niet de tijd en plek voor is. Oefen met kinderen om hun focus op de toets te leggen, zodat ze oefenen hoe de toets werkt.

Tip 6: Observeer als leerkracht tijdens de oefenmomenten.
Bespreek en oefen met kinderen de gewenste werk- en toetshouding. Laat de kinderen ook een aantal vragen zelfstandig maken, als oefenmoment. Spreek daarbij je verwachtingen uit, welke werk- en toetshouding in je voordeel kunnen werken. Observeer als leerkracht tijdens deze oefenmomenten. Kijk rond, maak korte aantekeningen. Wat zie je procesmatig gebeuren? Wie werkt er vliegensvlug, wie heeft een gespannen lichaamshouding, wie kijkt zijn werk na of zie je bv. teruglezen? Vraag daarna de kinderen te reflecteren op het oefenmoment en het te delen met de groep. Deel ook je eigen observaties in de reflectie, geef voorbeelden van ‘good practice’ die je gezien hebt.

Een veilige toetsomgeving is voor elk kind anders. Pien heeft graag haar knuffeltje van thuis aan haar wang, wat na verloop van tijd ook weer afgebouwd mag gaan worden. Ties heeft graag zijn schoenen uit, zodat hij met een voet onder zijn billen kan zitten en zich beter kan concentreren. Pleun zit het liefst achter in een hoek van de klas, dan heeft ze overzicht op de rest van de klas, in plaats van dat ze niet weet wat er achter haar gebeurd. Weet jij wat de kinderen in jouw klas prettig vinden en waarom?

Afgelopen week maakte Pien weer haar eerste CITO toets na de minder fijne ervaring van een half jaar geleden, zoals jullie lazen in het inleidende stukje. Ze liet weer zien wat ze kan. Ze behaalde een score van  twee niveaus hoger, passend bij haar ontwikkeling. Daar doe je het uiteindelijk voor, dat het welbevinden van kinderen goed is en ze didactisch hun groei kunnen laten zien.

Hoogsensitiviteit heeft nog steeds niet zo’n goede naam als persoonlijkheidskenmerk. Het wordt vaak als een last ervaren. Uit onderzoek van Aron uit 2012 blijkt, dat HSP-ers het in slechte omstandigheden minder goed doen dan anderen, maar dat ze het in goede omstandigheden juist beter doen dan anderen. Fijn dat wij invloed uit kunnen oefenen op die omstandigheden. Daar zijn we tenslotte professionals voor!

 

Linda Wessels

Linda Wessels (1979) woont en werkt in Limburg. Ze is naast trainee en mede-ontwikkelaar bij GaveMensen, leerkracht in het basisonderwijs. Haar hart ligt bij onderwijs en het faciliteiten van een zo passend mogelijk aanbod voor hoogbegaafde en hoogsensitieve leerlingen. Ze heeft haar Master SEN cum laude afgerond, is bekend met plusklassen en HB-beleid en specialiseert zich momenteel tot HSP-expert.