Je bént hoogsensitief of niet. Toch? Of is het meer een normaalverdeling en is iedereen in iets meer of mindere mate sensitief? Het blijft een boeiende vraag om over te discussieren. Gelukkig worden er ook wetenschappelijk steeds meer onderzoeken naar gedaan, zodat we iets meer inzicht krijgen in het fenomeen waarvan zoveel mensen aangeven al alles te weten en tegelijkertijd nog zo weinig bekend is. In dit artikel nemen we je mee in de drie (!!) verschillende typen omgevingssensitiviteit.

Bruce J. Ellis en W. Thomas Boyce introduceren in 2005 een opvallend nieuw concept in de genetica en kinderontwikkeling. Ze spreken van orchideekinderen (Orkidebarn) en paardenbloemkinderen (Maskrosbarn). Deze laatste kinderen hebben de capaciteit om te overleven -zelfs bloeien- in welke omstandigheden dan ook. Ze zijn psychologisch veerkrachtig. Orchideekinderen zijn daarentegen zeer gevoelig voor hun omgeving, met name voor de kwaliteit van de opvoeding die ze krijgen. Als ze verwaarloosd worden, hebben orchideekinderen het zwaar, maar als ze worden gekoesterd, overleven ze niet alleen, maar bloeien met de grootste schoonheid en ongewone delicatesse.

Tijdens het HSPcongres presenteerde Michael Pluess het nieuwste onderzoek naar dit principe, dat hij samen met een aantal prominente onderzoekers heeft bestudeerd.

Je zou verwachten dat er een bijzondere verdeling in ‘aantallen’ te zien zouden zijn. Geen ‘normaal-verdeling, maar juist met een grote ‘bulk’ mensen in het minder sensitieve gebied en een klein ‘piekje’ voor de mensen die juist hoger scoren. Maar wanneer ze kijken naar de data van duizenden mensen zien ze echter een normaalverdeling. Vergelijkbaar met andere persoonlijkheidstypes, zoals bv extraversie, waar de meeste mensen in het ‘midden’ zitten en slechts een kleine groep die meer of minder extravert is en aan het uiteinde te vinden zijn.

Omdat de verschillende groepen niet te vinden waren in de normaaldistributie, maar ze wel benieuwd waren of ze er waren hebben ze een programma gebruikt om te zien of er toch, diep in de data verstopt, groepen te onderscheiden waren en hoe deze verdeeld waren. Hierbij vonden ze tot hun verbazing niet twee, maar drie groepen. Ze vonden mensen die laag in sensitiviteit waren en ze vonden 30% orchideeën. En tot slot de derde groep; welke ze tulpen hebben genoemd en die niet zo gevoelig zijn voor (positieve of negatieve) omgevingsinvloeden, tenzij er echt iets aan de hand is.

Elke persoon bevindt zich dus ergens op het continuüm. De mensen die in het hoge continuüm scoren, hebben ook een hogere score op neuroticisme en een ietwat lagere op extraversie. Ook werd er een relatie gevonden met de Big Five eigenschap openheid, de mooie kant van hoogsensitiviteit. Elke van Hoof vulde tijdens ditzelfde congres aan dat hoogsensitieve mensen niet kunnen ophouden complex te doen. Maar, zo geeft ze aan; daaruit volgt ook gelijk hun unieke creativiteit, mogelijkheid tot kritisch denken en problem-solving. En het zijn nu net deze talenten welke in de komende jaren steeds belangrijker zullen gaan worden in onze samenleving.

 

_____

Lionetti, F., Aron, A., Aron, E., Burns, G. L., Jagiellowicz, J. & Pluess, M. (sept 2017). Dandelions, Tulips, and Orchids: Evidence for the Existence of Low, Medium, and High Sensitive Individuals in the General Population. DOI: 10.1037/dev0000406

Xandra van Hooff

Xandra van Hooff is eigenaar en hoofdtrainer bij GaveMensen. Zij laat professionals tijdens haar opleidingen en masterclasses zo hard de verdieping in schieten dat ze er vervuld, verzadigd en volkomen gelukkig aan het einde weer uit stuiteren.